Opiniestuk: Jan zet een boompje op…

Kunnen we het beheer van grote bomen en kleine landschapselementen toevertrouwen aan landbouwers?

Boomgenocide 

Het doet pijn, de manier waarop de landbouwers in mijn buurt de bomen behandelen.  De volgende foto’s zijn genomen binnen 1 km rond mijn huis. Het is een echte veldslag die plaats vindt. Het woord is goed gekozen. Het gaat om territorium. En het is een ongelijke strijd. De landbouwer heeft de landmacht, de wapens, de agressie van een tractor van 150 pk.  De bomen kunnen zich niet weren. Nog een paar decennia zo verder, en de grote bomen zullen verdwenen zijn uit het landbouwlandschap rondom mij. Ik zou durven spreken van een sluipende bomenmoord. Als je het boek “Het geheime leven van de bomen “ hebt gelezen, mag je ook spreken van een genocide. Jawel, ik wik mijn woorden. Want voor de boeren rondom mij is een boom wat een neger moet geweest zijn in de Congovrijstaat  van Leopold II.  Onbegrip en onkunde.

Gewoon een aantal feiten  

Dit is de befaamde “Witte Abeel” of  “Esp” aan de Iderveldweg. Hij zou gekapt geweest zijn. De beroepsprocedure van ’t Bokje om de boom te redden is lopende. Denkelijk loopt dat goed af en zal de boom gered worden.  Maar is hij dan wel gered ??

Kijk eens hoe deze boom aan zijn wortels belaagd wordt door puinafval. Het getuigt van weinig inzicht en respect voor deze oude veteraan, ook al zou je intussen verwachten dat door alle commotie de landbouwer de boom wat hoger zou achten !  Nee hoor, de strijd gaat voort. De boom dient gepest. Hier is geen liefde.

Dit zijn de eiken rond het fietsknooppunt 145, gemeente Kortessem. Vroeger stonden ze aan de rand van een weiland, intussen van een  fruitplantage.

De landbouwer heeft aan de voet van deze eiken herbiciden gespoten.  Waarom ?  En hoeveel ? 

Dit is nefast voor de wortelwerking en bijgevolg voor de groei van de boom. Dat is zoiets als de opvoeding van een adolescent bewust kraken.

Bomen kunnen dit soort van groeiremmers en schadelijke stoffen missen. Bomen moeten ongestoord kunnen groeien. Hun leefruimte onder de grond is minstens even groot als dat van hun kruin. Geen landbouwer die dat blijkt te weten – of er om geeft. Bovendien zijn publieke dit straatbomen. 

Dertig jaar geleden werden laanbomen geplant langs de Vinckenroyestraat in Kortessem. Ongeveer 30 % van de straatbomen overleefden. Een goed werkende groendienst had de verdwenen straatbomen het jaar daarop moeten vervangen. In Kortessem duurde dat 30 jaar.  Dat is toch tenminste al iets.

Links zie je hoe die prille, kwetsbare jonge bomen worden onthaald door de landbouwer. Er wordt geploegd met kwaadheid. In een staaltje van tractorrijkunde wordt geploegd op 10 cm van de stam. Dit is dus de genoemde veldslag. De bomen zijn niet gewenst. Het gaat om land. De bomen staan nochtans in ons openbaar domein. Het zijn onze bomen, gekocht en geplant met geld van de gemeenschap.

Het perceel hierboven was een boomgaard tot 2020. De fruitteler kreeg een vergunning om de zieke bomen te kappen en te verjongen. De hoogstamboomgaard verdween. Een laagstamaanplanting kwam in de plaats. De nieuwe vergunde hoogstamfruitbomen werden mee in de rijen laagstammen geplant, met een opgestoken middenvinger naar het beleid, “kust mijn kl…”.   Zijn argument was nobel en vernieuwend: Agroforestry !    

Op de perceelsgrens staat een mooie eik, 100 jaar oud.  De nieuwe laagstamrijen werden tot onder de kruin van de eik geplant met een afgemeten doorgang tussen plantage en boomstam.  Dit heeft deze eik nog nooit meegemaakt in zijn leven. Hij was er nochtans eerst. Waarom werd er geen rekening gehouden met de aanwezigheid van die boom in de layout van de plantage??  Voor de grote boom betekent de plantage: bodemverdichting, bemesting, herbiciden, pesticiden, enz.  Dit is geen Agroforestry maar Agrodeforestry.  

Op deze foto tenslotte, zie je het resultaat van de jarenlange aanslagen.  3 robuuste eiken die kwijnen aan de rand van de plantage. Je ziet hun afsterven aan hun dode buitentakken in de kruin.  De bomen kunnen hun sappen niet meer de hoogte instuwen. Hun wortelwerking is beschadigd, hun  machinekamer ontwricht. Het proces van afsterven is begonnen.  Binnen 10 jaar zijn deze veteranen dood, vermoord.  

Vooraan een oude knotes, naar schatting 200 jaar oud. Hij kwijnt eveneens, niet door de landbouwer, maar door de essenziekte. In feite had deze boom wel al lang mogen geknot worden, als erfgoed.  10 jaar geleden hing deputé Ludwig Vandenhove met de nodige persaandacht nog een kerkuilkast in deze knotes.  De kerkuilen moesten de woelratenplaag bestrijden. 

2 jaar later viel de bodem uit de nestkast. Geen landbouwer die er om maalt, noch om de boom, noch om de nestkast, noch om de kerkuil, noch om het erfgoed, noch om het landschap.  

Als of er geen natuurdoelstellingen bestaan in het landbouwgebied !

Nochtans beweren de jonge boeren wel te geven om ons landschap.  Daarvoor betoogden ze, een maand geleden. Ik vond het een  ‘fout’ protest tegen het stikstofbesluit, alsof er niets aan de hand is ?

Ik ben de eerste om de vraag naar erkenning van de jonge boeren te steunen. Ja, we hebben jonge boeren nodig.  De essentiële vraag is echter: “Op welke manier verbouwen ze ons landschap ? “

Ik wil een landbouwlandschap met gezond voedsel en grote bomen en natuur en schoonheid en erfgoed.  Boeren is meer dan ploegen. En, ik sta niet alleen met mijn vraag. Ik ben in hoog gezelschap. De principebeslissing van de landbouw-ministers van de EU van 21/10/2020 vraagt om meer milieu- en klimaatdoelstellingen te koppelen aan het landbouwbeleid 2021 – 2027. Dat is nu !!

De provincie legt klimaatdoelstelling op voor het landbouwgebied. Ook het Wellens klimaatplan wil een “Bosrijke” gemeente, jawel. Concreet betekent dit dat natuur én milieu onderdeel moeten zijn van het landbouwgebied – in landbouwjargon het HAG (het Herbevestigd Agrarisch Gebied) en dat bomen en groen daarin dus ook een essentiële plaats zouden moeten hebben of krijgen.  Niet allen voor ons, maar ook voor die jonge boeren van de toekomst, die boeren die we nodig hebben.  

Beste jonge boeren, die landbouw van de toekomst heeft natuur nodig voor zijn bestuiving, voor de bodemvorming, voor de waterretentie, voor de erosiebestrijding en voor het klimaatevenwicht.  

Een beetje verder staat in een veld nabij het Bellevuebos sinds jaren een slogan op een muurtje geschilderd:  “De boer melkt de koe, de boerenbond de boer.”  Hieronder heb ik er mijn verbeelding “ En het klimaat de boerenbond”  bijgeschilderd.

Uit alles blijkt dat boeren en hun bonden niet bezig zijn met natuur, dat natuur hinderlijk is of afwezig in hun denken. De hele discussie tussen landbouw en natuur duurt al vijftig jaar. Dit leidde tot een segregatie tussen natuur- en landbouwgebieden. Dat was goed voor onze beemden. Maar het was nooit de bedoeling dat de natuur uit de landbouwgebieden zou verdwijnen. Het was nooit de bedoeling om een steriel landbouwgebied te creëren. Landbouw heeft natuur nodig, niet voor de natuur maar voor het  overleven van de landbouw zelf.   

Andere aanpak !  

Het is duidelijk dat het huidige generatie landbouwers van geen hout pijlen weet te maken van natuur.  Ze willen misschien wel, maar ze weten gewoon niet meer hoe. Ze zijn hun roots ontgroeid. Misschien ook ze ook wel ander zorgen dan natuur beschermen. Dus moeten wij hen helpen. Wij, als maatschappij, moeten vooruit denken op lange termijn. We moeten voorkomen dat het handelen van de huidige generatie landbouwers de volgend generatie landbouwers nekt – ja, voor het voedsel van onze kinderen. Dat kan door er voor te zorgen dat natuur van de landbouwgebieden beter beschermd, beheerd en ontwikkeld wordt.  Het gaat dan niet alleen over grote bomen, maar ook over sloten, hagen, houtkanten, bosjes, enz. We moeten streven naar een duurzaam en schoon landbouwschap. De weigering van een nieuw bosje in landbouwgebied door de gemeentebestuur van Wellen was een gemiste kans. De gemeente toonde hier geen visie en ambitie. De weigering was tegenstrijdig met het eigen klimaatplan en structuurplan. Ook hier is de eigenaar in beroep gegaan. Hopelijk krijgt hij gelijk.  

De WAL (Wellense Adviesraad voor Leefmilieu) heeft aan de gemeente gevraagd om voor de meest waardevolle veteraanbomen en Kleine Landschapselementen een Ruimtelijke Uitvoeringsplan op te maken waardoor ze planologisch beschermd worden. Zo krijgt de natuur in het landbouwgebied een strijdmacht die sterker is dan een tractor van 150 pk. Dit zou een zeer goede 1e stap zijn van een strategie zijn voor de natuurinclusief landbouwgebied van de toekomst.  

Jan Nuijens

Voorzitter ’t Bokje, Wellense natuurvereniging

Voorzitter Wellense Adviesraad voor Leefmilieu

Draulans schafft das.

Vlaamse Wielewaal in de Wellense natuurkern Langenakker

Op woensdag 21 april 2021 bracht Dirk Draulans een bezoek aan Wellen.  Aanleiding was het artikel op onze blog  over “De man met de knuppel”.  Dat relaas  had hem getriggerd.
En zo werd Wellen even Knackig.    

Afspraakplaats was de natuurkern Langenakker, tuin van Frieda en Stanny aan de Loystraat. De gordijntjes van de buren bewogen zachtjes. Dat heb je met BV’s, je voelt ze ‘aankomen’. Nadien heeft Draulans op zijn facebook lovende woorden geschreven over de tuin van Frieda en Stanny. Nou ja, in feite ging het niet over hun tuin – die is wat netjes – maar over het achterliggend graslandperceel dat ze op een bijzonder manier als miniatuurreservaat beheren en koesteren als een Wellens anno 1950. Herinner u dat het gemeentebestuur van Wellen in een ongezien Vlaams planologisch project dit gebied omzette van landbouwgebied naar natuurgebied. Dat is wat ik Draulans het eerste vertelde. Dat project is nog altijd geselecteerd voor Vlaamse planningsprijs 2021. Het Lam Gods stond ons op te wachten. 

Natuurminiatuurtje in Wellen (Foto: Lies Willaert)

Migrerende orchis

De verdienste van Frieda en Stanny voor het natuurbehoud is groot: kerngebied voor de kamsalamander, rondvliegende Bechsteins vleemuis, appelvink en goudvink, gevlekte orchis, kleine bonte specht, vermoedelijk aanwezigheid van de eikelmuis en sinds vorig jaar dus ook de das. Je hoeft maar naar de weide van de buren te kijken om te weten hoe het niet moet voor natuur en landschap, nochtans ook gelegen in natuurkern. Bij de buren verdwenen de laatste jaren minstens 500 gevlekte orchideeën door fout beheer en is een eeuwenoude houtwal fameus verminkt. “Nature is in the heart of the beholder”.  Die orchideeën migreren nu schoorvoetend naar de tuin van Stanny en Frieda.  Sinds een aantal jaren voert het ANB – met een stille trom – de regie in het gebied.

 “Welkom DAS” schreven we vorig jaar in maart op onze blog. In feite dachten we: “ Wir schaffen DAS”. Het pakte iets anders uit, voor deze burcht dan toch. Maar net zoals men de stroom en vermenging van de wereldbevolking op termijn niet gaan kunnen tegenhouden, gaat men de das ook niet kunnen blijven doodknuppelen. Mondiaal nieuws of regionaal nieuws? In de kern allemaal hetzelfde. De wereld evolueert nu eenmaal. 

Rode lijstsoorten in de natuurkern Langenakker  (Foto: Lies Willaert).

Bechsteins vleermuis

We staan ook op een milieujuridisch historische plek. De genoemde Bechsteins vleermuis, die in de schemering over de tuin van Frieda en Stanny vliegt tussen het aangrenzend hakhoutbosje en het Belleveubos, is mede oorzaak van het fameuze stikstofarrest.  Een arrest dat in extremis de bouw verhinderde van een megastal 1km verderop met 120.000 kippen, in een cyclus van 6 weken, 1 miljoen kippen per jaar.  Plofkippen noemen ze dat. De pluimen zouden tot in de tuin van Frieda en Stanny gevlogen zijn.  

– Welnu 1: niet het terechte bezwaar van honderden omwonenden van Kortessem tegen die megastal was doorslaggevend voor dat arrest. 
– Welnu 2: noch het negatief advies van de provincie,
– Welnu 3: noch de – zeer bedenkelijke – goedkeuring door de minister,
– Welnu 4: wel het daaropvolgende advies van de Raad voor vergunningenbetwisting, aangedragen door Natuurpunt. 

Dat arrest bepaalde dat geen megastal mocht gebouwd worden én dat Vlaanderen zijn stikstofbeleid grondig zou moeten herzien. Die Raad oordeelde in volle deskundigheid dat de bouw van de megastal niet alleen nadelig was voor de eutrofiëring van nabijgelegen Bellevuebos maar ook voor de schemerige vlucht van die kleine zeldzame Bechteinsvampier boven de tuin van Frieda en Stanny.   

 ‘Pire que le bruit des bottes, le silence des pantoufles’.  Wat zou er gebeurd zijn als Natuurpunt niet zou gereageerd hebben?  Alleen al om de pienterheid en strijdvaardigheid van die natuurpunters zou heel Kortessem lid moeten zijn van Natuurpunt. Dat stikstofarrest heeft Kortessem bevrijd. Beseffen ze het daar?
Als dan nadien de boeren betogen dat we hen nodig hebben voor de voorzieningen van ons voedsel en voor het behoud van landschap, dan kan ik dat alleen maar beamen. Het gaat niet daarover!  Het gaat over de manier waarop!  

Ingekleurd

Dirk Draulans – onderzoeksjournalist – was gefascineerd geraakt door ons verhaal over de knuppelman. Jawel, eindelijk hebben we de persoon gevonden die onze blog leest! Het gebeurt niet zo vaak dat Wellen nationaal nieuws haalt. Een – zelfs in hun hoogste rangen – zich sluitende jagerij rond een ondertussen dode das waren voldoende. Natuurlijk konden we Draulans niet zo veel vertellen. Hij bleef op zijn honger wat jacht en stroperij betreft.  Buiten onze beperkte contacten met de plaatselijke WBE kennen wij de wereld van de jagers/stropers niet. Daarvoor moet je misschien undercover gaan. We weten niet of ze met een ongeschonden of gespleten tong spreken. We weten niet of ze allemaal hetzelfde denken. We weten niet hoever ze zelf verdeeld zitten over man met de knuppel.

Dirk Draulans bleef wat op zijn honger zitten, zoals ook wij ’t Bokje, op onze honger blijven zitten met onze vraag naar meer natuurinclusieve landbouw en minder afgeborstelde tuinen. Maar ook rond logischere jachtgebieden. De hele gemeente is –  met dank aan een overijverige WBE – volledig ingekleurd als jachtgebied.  Er bestaat in Wellen wat misverstand over wat ‘een groene gemeente’  is 😊. Jan Hertoghs schreef er een aantal jaar geleden in Humo een nogal hilarisch artikel over: “Alle macht aan de jacht”. Tja, “Wild van Wellen” is als gemeentelijke slogan echt wel even geslaagd als gelaagd.  

Er gaat altijd een strijd blijven voor meer en betere natuur. De klok van milieu, klimaat en biodiversiteit tikt onverstoord (verkeerde woordkeuze hier) verder. Niet voor de natuur, niet voor de das, maar voor de mens. Zo’n bezoek van Draulans is hoopgevend. En de man met de knuppel heeft een tik uitgedeeld, denkelijk in zijn eigen ballen.

Epiloogje: Dirk Draulans is een kenner. Na 5 minuten wist hij dat rond de tuin van Frieda en Stanny kleine bonte specht en appelvink zat. ‘Once a birder, always a birder’. 
Leuk en stimulerend,  zo’n contact met een Vlaamse Wielewaal. Dank je Dirk voor de ontmoeting en de interesse.

Jan Nuijens, ’t Bokje Wellen

Het resultaat van deze ontmoeting: zie Knack 28/4/2021

De man met de knuppel

Het beeld staat intussen op ons netvlies gegrift. Een man met een stok in de sneeuw.  Voor hem: een doodgeknuppelde das.
Het landschap rondom hem als een volmaakt decor: ijzingwekkend. “Klik” een foto die hét moment vastlegt dat niet had mogen gezien worden en dat zich als een rukwind van verbijstering verspreidt over Wellen en Alken, Limburg en Vlaanderen.
Die foto, dat ijzige zwartwit beeld, maakte van de jager/stroper zelf opgejaagd wild. Hij ging lopen maar werd nadien zelf ‘neergeknuppeld’ door hét beeld.  De kracht van het moderne beeld tegen die van een primitieve knuppel.  De kracht van het bewijs tegen die van een verboden jacht. De kracht van de waarheid tegen de zwakte van de heimelijkheid.
Dank, aan die voorbijgangers voor het nemen van de foto, dank voor het documenteren van deze moord, dank voor het niet wegkijken, want dat doen we veel te veel en veel te graag.

Stil en verlaten

De jonge das was waarschijnlijk afkomstig van een burcht in de buurt.  De jonge das was zijn territorium aan het uitbreiden naar het noorden. Hij was een telg van een succesverhaal dat ergens 30 jaar geleden begon bij een net niet doodgeknuppelde populatie in het zuiden van de provincie.  Toen werd de das  beschermd en zwierf terug uit naar het noorden, heroverde zijn territorium.  Sinds 5 jaar is hij terug in Wellen.  Vorig jaar hebben wij als ‘t Bokje melding gemaakt van een nieuwe burcht op de Langenakker.  We kozen voor de eerlijkheid, voor de omarming.  We mogen er niet over nadenken dat daardoor het satans embryo werd gelegd voor een heimelijk jacht. De burcht ligt er momenteel stil en verlaten bij. Een ganse familie dassen is verdwenen. Hoeveel dassen werden zonder getuigen intussen al heimelijk neergeknuppeld.  We vroegen ons al langer af waarom die burcht op de Langenakker niet doorstartte? Ik denk dat we de reden ondertussen ontdekt hebben.

Topje van de ijsberg

Wij hadden nooit gedacht dat het maken van dit beeld, de man met de knuppel, nog mogelijk zou zijn geweest in 2021,  maar als we terugkijken kondigde ze zich – zoals een beurscrash – signaal per signaal aan.  Wij – ‘t Bokje –  kregen de laatste maanden regelmatige verdachte meldingen van overal in Wellen: er werd aas met vergif gevonden in onze natuurgebieden, een dode vos werd provocatief voor iemands deur gelegd, vossenburchten werden illegaal uitgegraven, er werden verdacht veel kadavers van (vergiftigde ?) roofvogels gevonden in de beemd, roofvogelnesten bleven zonder reden leeg, wildcamera’s werden gestolen,… Dit ene voorval – dat op foto werd vastgelegd – is volgens ons slechts het topje van een ijsberg van wandaden tegen de natuur.

Het leek wel of tijdens corona zich duistere krachten verenigden tegen meer biodiversiteit, klimaatbeleid en een beter leefmilieu. Een soort van contrarevolutie. Of worden er – omdat er meer mensen momenteel in de natuur rondwandelen – meer van deze wandaden ontdekt en gemeld? De man met knuppel is daarvan een climax, de Icarus van de arrogantie. 

Rotte appels

Hoe groot de verbijstering ook is, intussen gebeurt al terug het omgekeerde, wil men dé foto wissen en relativeren en sluit zich het krachtveld van de advocatuur met een betwistbaar pleidooi rond de man met de knuppel.  Het zijn dezelfde spelers die al jaren in de gesloten kamers van de 3de macht onze talloze bezwaren tegen overtredingen en de PV’s van het onderbemande en machteloze Agentschap Natuur en Bos seponeren en regelen.  De jagerslobby draait op volle toeren en heeft de mantel der liefde al klaar liggen naast een ondertussen stevig gevulde doofpot. Hun persbericht op hun website spreekt boekdelen. Opnieuw steken ze hun kop diep in het zand voor de – ondertussen enorme hoop – rotte appels in hun vereniging. We zullen zien wie in het verhaal van de man met de knuppel gelijk krijgt.

Duidelijk signaal

De enorme stroom aan reacties leert ons alvast dat onze maatschappij dit niet meer pikt. Daarom dat wij als Wellense natuurvereniging moeten reageren tegen dit onrecht tegen de natuur.
Samen met andere verenigingen –  en blijkbaar met de Minister – gaan ook wij ons als Wellense Natuurvereniging ’t Bokje vzw burgerlijke partij stellen. Wij zijn in ons hart en ziel geraakt.  We zijn er zeker van dat we spreken in naam van al onze leden en sympathisanten.  
Aan de stroom van verontwaardiging via allerlei kanalen en de aandacht die dit feit in de media krijgt is heel duidelijk geworden dat de maat voor veel mensen meer dan vol is.

Hoog tijd dat Hubertusvereniging Vlaanderen – de overkoepelende organisatie van de jacht – maar ook de plaatselijke jagers en Wildbeheerseenheden (want die blijven toch wel heel erg stil) aantonen dat hun beweringen dat zij opkomen voor de natuur klopt. Wij wachten vol ongeduld op een duidelijk signaal van hen. Een veroordeling van dit soort van wandaden.

Neem zelf actie

Ben jij ook zo geschokt door dit voorval en de reactie van de jachtlobby? Weet dat ook jij zelf actie kan ondernemen. Om zo een persoonlijk signaal te geven.
Jagers moeten met de eigenaars van percelen in het door hen ingekleurde jachtgebied een schriftelijke (sinds 2014) of – vroegere – mondelinge overeenkomst hebben. Dit is echter heel vaak niet het geval. Zo zien wij dat bijna gans Wellen is ingekleurd. Het zou ons verwonderen dat er voor elk perceel een overeenkomst bestaat. Elke andere burger in ons land moet – om gronden op een of andere manier te mogen gebruiken – daar netjes toestemming netjes voor vragen en op papier laten vastleggen in een overeenkomst. De jagers dus blijkbaar niet (ze hebben dit alvast in heel veel van de gevallen niet gedaan).
Het bizarre van dit fenomeen is dat als jouw perceel onterecht werd ingekleurd, jij zelf dit moet laten rechtzetten. De eigenaar moet dan actie ondernemen om dit te laten ‘uitkleuren’. Eigenlijk de omgekeerde wereld. Logischer zou zijn, alles uitkleuren en wie wil jagen op iemands eigendom de inspanning laten doen om alles – met duidelijke overeenkomsten op papier – te laten inkleuren.

Ingekleurd jachtgebied in en rond Wellen

Jij kan makkelijk zien of jouw eigendom jachtgebied is en – als je hiermee niet akkoord bent – vragen om dit dan te laten uitkleuren. Op http://www.geopunt.be/ kan je nakijken of jouw eigendom is ingekleurd.
Zodra de kaart is geopend kan je rechts kiezen uit het menu: natuur en milieu – jacht en dan het vakje jachtterreinen aanvinken. Daarna kan je bovenaan in de zoekbalk je straat en gemeente invullen.

Wil je jouw eigendom uitkleuren. Dan is de simpelste manier om via http://www.schietinactie.be/ contact op te nemen met Vogelbescherming Vlaanderen die jou alle info bezorgen en ook verder alles voor jou regelen.

10 april 2021

Wellense Natuurvereniging ’t Bokje Wellen

Stront aan de knikker

Het bericht verdween tussen de mediaberg van coronacijfers, kappers die open gaan of niet en voetballers die een peesje verrekt hebben. In Nederland en België werd tussendoor een bedrijfje geklist dat aan het sjoemelen was met wat mesttransportjes.

Drama

Maar wat voorbijfietste als een zaakje van niets is denkelijk de top van een immense ijsberg te zijn. Of beter gezegd: strontberg. Laten we even kijken wat er aan de hand is.

In de jaren ’80 kwam met in Europa tot de vaststelling dat de kwaliteit van ons grondwater wel heel belabberd was. Tijd voor actie! In 1991 – wat zijn we toch snel – en na een hoop gelobby door de landbouworganisaties kwam er een (voorzichtige) nitraatrichtlijn om de overbemesting tegen te gaan. Door deze richtlijn werd er in ons landje gestart met een mest-actie-plan, het zogenaamde MAP. Ondertussen zitten we aan MAP nummer 6. Deze laatste is van kracht sinds begin 2019 en is – zoals al de vorige elke keer – weer een stukje strenger geworden. Landbouwers moeten zich aan deze regels houden als het op de verspreiding, vervoer en verwerking van mest gaat. Wat de overgrote meerderheid dan ook doet, want er staan strenge boetes op het overtreden er van (dat is althans wat ik veronderstel).

Geld

Maar waar regels zijn en normen om je aan te houden, zijn er altijd opportunisten die hier winst uit proberen te halen. Vaak op legale wijze, maar ook jammer genoeg regelmatig ook op illegale manieren. Een grote speler op deze markt had het goed bekeken. Onbestaande transporten, subsidies op het omzeilen van wetten en landbouwers meer mest bezorgen om hun productie op te drijven. De betrokken firma’s werden – nog niet zo heel lang geleden – door de Boerenbond naar voor geschoven als ‘voorbeeld-bedrijf voor een milieuvriendelijke manier van werken’. Ondertussen is het van die kant wel erg stil geworden.

“Het aantal betrokkenen in dit verhaal zou wel eens veel groter kunnen zijn dan ze ons willen laten geloven”


Ofwel was hun plan zo geniaal dat ze zelfs deze organisatie een rad voor de ogen konden draaien. Ofwel werd er hier en daar een oogje dicht geknepen omdat er ook een deel van die winst bleef plakken aan andere vingers. Dat laat ik over aan de mensen die dit varkentje gaan wassen.

Want wat ik niet begrijp is dat dit zo lang ongemerkt kon gebeuren. Heel wat van het mest dat niet in het – blijkbaar niet zo waterdichte systeem – werd betrokken, vloeide – letterlijk in dit geval – wel ergens een akker op. Uitgereden of laten uitrijden door de betrokken landbouwer. Het aantal betrokken partijen in dit schijt-verhaal is dan ook veel groter dan het onbeduidende artikeltje in onze krant doet uitschijnen.

Eigen stront

Ondertussen blijft de stront zich lekker verder verspreiden in onze leefwereld. Want zelfs als de meeste landbouwers – wat voor alle duidelijkheid volgens mij ook zo is – zich strikt aan de regels houden loopt het nog steeds de verkeerde kant op. Om de simpele reden dat de basis van het probleem niet wordt aangepakt. Een verlaging van de mestproductie.

Misschien dat wij eens in de spiegel moeten durven kijken. De vleesstapel op onze wereld is veel te groot. Het productieproces om dat vlees van bij de boer – of soms ook van echte vleesfabrieken – tot op ons bord te krijgen is een enorme belasting voor ons milieu. Op allerlei vlakken.
Dit omdat wij niet te veel willen betalen voor ons stukje vlees en dat wij het er graag willen laten uitzien zoals wij denken dat ‘gezond’ vlees er moet uitzien.

Misschien moeten we toch overwegen om wat meer te betalen bij de locale landbouwer van een paar straten verder. Waarvan we weten hoe hij zijn vlees op de toonbank krijgt.
Of, nog een betere optie. Eet gewoon veel minder vlees of helemaal geen vlees meer. Dat is trouwens niet alleen goed voor het milieu, maar ook nog eens voor je gezondheid. Maar die discussie is dan weer voor een andere keer.

Droog!

“Zo weinig water hebben we nog nooit gehad” zeg ik tegen de wandelaars die ik tegenkom in de Grote Beemd. Met grote ogen en vol ongeloof kijken ze mij aan. Want zij hadden mij net verteld hoe ‘vettig’ het momenteel is in hun favoriete wandelgebied.

Grondwater

Inderdaad, het is niet makkelijk om op dit moment de stelling dat het in onze natuurgebieden veel te ‘droog’ is te verkondigen. En toch is het zo. Tijdens de winterperiode moeten de beemden blank staan. Het grondwater moet als het ware een stuk boven de bodem staan. Maar het is die waterlaag die er zo slecht aan toe is. Het water wat we nu zien en dat hier en daar toch blijft staan komt van boven, regenwater. Dat het grondwater laag staat kan je perfect zien aan foto’s van nu en van pakweg 10 jaar geleden.

Een poel in Graeterbeemd op dit moment (januari 2021)
Zelfde poel in januari 2010

Het verschil is duidelijk. Het water wat nu in de poel staat is het gevolg van een paar dagen regen. De bodem van het perceel waar de poel ligt is helemaal niet nat. Je kan er met gewone wandelschoenen door lopen. Iets wat in 2010 je zonder twijfel natte voeten had opgeleverd.

Cirkel

Water volgt een bepaalde weg, een cirkel als het ware. Laten we starten vanuit de lucht. Water dat verdampt vormt wolken en die valt in regen terug op het land. Daar sijpelt dat water in de bodem en vormt daar de grondwaterlaag. Als die laag vol zit wordt het overtollige water via beekjes, sloten en stromen afgevoerd om uiteindelijk in de zee terecht te komen. Een – misschien – wat simpele uitleg hoe het systeem werkt.

In de winter moeten de beemden blank staan

Maar door de jaren heen hebben wij deze cirkel meermaals doorbroken. Zo moesten gronden droger worden gemaakt om ze te kunnen bewerken. Hiervoor werd het water afgevoerd via drainage. Het kreeg niet meer de kans om in te sijpelen. Een enorme oppervlakte van Vlaanderen is verhard – en elke dag steeds meer – wat ook weer zorgt dat water wegvloeit in de plaats van in te sijpelen.
Uit angst voor overstromingen moest het water sneller afgevoerd worden. Daarom werden van – uit nature – kronkelende waterlopen recht getrokken en elk jaar dieper en dieper gemaakt. Een immense flater die we nu cash betalen. Ook in onze beemden kan je deze stommiteit van weleer zien.
Daarbij kwam dan nog eens dat wij water opgebruiken aan een razend tempo. Voor de landbouw, industrie en in onze huishoudens loopt het water nu netjes door de kraan. Maar de laatste jaren komen we tot het besef dat dit niet zo vanzelfsprekend is. “Misschien raakt die voorraad ooit wel op?” hoor je hier en daar sommige instanties voorzichtig zeggen.

Onderstaande kaart toont aan dat het erg gesteld is met ons grondwater:

Dramatisch

Ondertussen is het voor een aantal instanties duidelijk geworden dat we verkeerd bezig zijn. Water is levensbelangrijk. Niet alleen zijn we onze natuurgebieden aan het kapotmaken door ze te laten uitdrogen. Maar op termijn staan we voor een immens drama. Een probleem dat we deze keer niet met een vaccin gaan kunnen oplossen.

We moeten dringend onze manier van water ‘misbruiken’ aanpassen. Meer bufferen zodat de grondwatertafel weer liters kan opslurpen, beken en stromen ruimte geven en ze opnieuw door het landschap laten meanderen.
Maar vooral zuiniger omspringen met water. Productieprocessen die veel water verbruiken moeten we weren of zodanig aanpassen dat dit water hergebruikt wordt of – nog beter – minder verbruik geeft.
Landbouwgewassen die veel water nodig hebben schrappen van de lijst. Landbouwmethodes met veel verbruik afraden of zelfs verbieden. Ook zelf kunnen we ons steentje – druppel in dit geval – bijdragen door binnen ons gezin water te behandelen als een kostbaar goed.

Op die manier kunnen we misschien het tij keren. Dan kan ik – tijdens een babbeltje in de Grote Beemd – tegen de wandelaars die mij zeggen: “het is wel nat in de beemd”, bevestigend knikken. Terwijl ik achter hen de beemd zie zoals ze moet zijn in de winter. Nat, kleddernat!

Een natte beemd – april 2010

IN WELLEN IS MIJN EIGENDOM MEER WAARD ALS HET GELEGEN IS TEGEN EEN NATUURKERN !

Op sommige plaatsen in Wellen heeft een tuin bij een woning veel meer rechtszekerheid dan elders in Wellen, met name de tuinen die gelegen zijn tegen een Wellense natuurkern. Dat is ook goed voor de portemonnee. Dit vergt wat uitleg.

DE MEESTE TUINEN ZIJN ZONEVREEMD

Iedereen kent de gewestplannen. De landelijke woonzone hebben overal een diepte van 50 m vanaf de openbare weg. Omdat tuinen dikwijls langer zijn dan 50 m, doorsnijdt de scheidingslijn tussen de bestemming woongebied en de achterliggende bestemming meestal de tuin. 

De figuur illustreert deze situatie. Het is een fragment uit de Bosstraat. Links is de situatie uit het gewestplan. Rechts is de feitelijke situatie met tuinen die zonevreemd uitstulpen in agrarisch gebied.

Strikt juridisch is dat niet correct en rechtsonzeker. Het had moeten geregeld worden, maar dat is nooit gebeurd, behalve… op sommige plaatsen in Wellen.

HET RUP NATUURKERNEN VAN WELLEN

In 2013 werd in Wellen het RUP natuurkernen goedgekeurd. Aan de basis van dat RUP lag de vaststelling dat in 8 landbouwgebieden van het gewestplan hoge natuurwaarden aanwezig waren. Het gewestplan was dus niet juist. Om die natuurwaarden rechtszekerheid te geven werden die landbouwgebieden herbestemd naar gebieden met bestemming natuur of verwevingsgebied (natuur en landbouw samen). Dit was uiteraard goed voor de natuur.

Het RUP hertekende en verfijnde de contouren van het gewestplan op basis van de feitelijke situatie. De omliggende tuinen werden ingetekend volgens hun reëel grootte. De tuinen kregen een eigen groene bestemming als “bouwvrije tuin”. Daarmee verdween de zonevreemdheid van  het eigendom. Het RUP natuurkernen gaf rechtszekerheid. In de toekomst is dit waarschijnlijk ook goed voor het klimaat en…voor de grondwaarde.

VOORBEELD:  NATUURKERN LANGENAKKER

Wat een ruimtelijke uitvoeringsplan doet wordt geïllustreerd door de twee bovenste figuren. De situatie van het Gewestplan wordt vervangen en verfijnd door de situatie van het RUP.  Het RUP werkt op een ander detailniveau. De nieuwe contouren werden deze keer exact uitgetekend volgens kadastrale percelen. In het RUP werden de 50 m bebouwbare zone uit het gewestplan behouden maar in het hele achterliggend gebied werden de bestemmingen veranderd. De voorheen zonevreemde tuinen kregen de bestemming van “onbebouwbare tuin”. Op de kaarten wordt de situatie herkend aan de lichtgroene kleur tussen het groene natuurgebied en het rode woongebied. Rond de natuurkern Langenakker krijgen ongeveer 50 percelen een bouwvrije tuin.  
De uitsnede geeft een detailbeeld. Let op dat naast de bestemming natuur en tuin ook nog gewenste ontwikkelingen worden ingetekend rond te realiseren trage wegen en boomrijen. Voorlopig is dat nog niet gebeurd.

WERKPUNTEN

Er zijn – zoals overal in de Ruimtelijke Ordening – voorschriften verbonden aan deze bouwvrije tuinen. Omdat de tuinen zich bevinden tegen natuurgebied, moeten ze beheerd en ontwikkeld worden als ‘groene’ tuin met overwegend inheems plantenmateriaal.  Gebouwen die vergunningplicht zijn worden niet toegelaten (maar dit was en is overal zo).  

De natuurwaarde van vele tuinen is zeker nog een werkpunt. In de toekomst zal dit voorschrift – en de handhaving er van –  belangrijk worden voor de biodiversiteit en de klimaatadaptatie van onze totale omgeving. Het kan zijn dat de huidige generatie eigenaars daar nog wat argwanend tegenover staat, maar de volgende generaties zullen deze rechtszekere, grote, ‘groene tuinen‘ gewis appreciëren en… honoreren !

Eigenaars van deze tuinen, dank de gemeente Wellen om zo vooruitdenkend te zijn geweest voor uw eigendom. Dit is goede Ruimtelijke Ordening. Meer van dat !

Jan Nuijens

Voorzitter ’t Bokje – Wellense natuurvereniging

Voorzitter WAL – Wellense Adviesraad voor Leefmilieu

Tussen 2006 en 2013 werden in Wellen 10 RUP’s goedgekeurd.  Toen viel het stil.  Tijd voor een doorstart !

Bidden in de beemden

Bijna wekelijks zijn onze vrijwilligers bezig met allerhande kleine werkjes. Omheiningen herstellen, wandelpaden in orde houden, omgewaaide bomen opruimen, toezicht houden op de kudde en ga zo maar door. Werk genoeg.

Renovatie

Zo was er een nestkast voor torenvalken in de Grote Beemd aan vervanging toe. Na een succesvol broedsel – vorig jaar – was de bodem er uit gevallen. De zes pulli die er in groot werden hadden blijkbaar te veel ‘kakjes’ achter gelaten.
Zonder bodem vrees ik dat het niet meer gaat lukken om er eieren in te leggen. Dus moest er een nieuwe nestkast opgehangen worden. Dankzij Jef en Jan werd dit vandaag dan ook gedaan. Op een uurtje tijd hing een spiksplinternieuwe nestkast tegen de dode populier. Klaar om opnieuw een koppeltje torenvalken te ontvangen.

Jef, bij zijn eindresultaat

Natuurlijk

Dat onze natuurgebieden geschikt zijn voor deze kleine roofvogels is duidelijk. Iedereen kent ze wel van hun typische manier van jagen. Ze kunnen – door snel met hun vleugels te slaan – op een plek in de lucht blijven hangen terwijl ze naar hun prooi zoeken. Bidden noemt men dat.

Biddende torenvalk

Hun prooien bestaan voor bijna 100% uit muizen. Daarom dat de fruittelers in hun laagstamplantages vaak nestkasten plaatsen, die de torenvalken met plezier in gebruik nemen. Als ‘huurgeld’ vangen de roofvogels massaal de muizen weg in de plantages. Een schitterende win-win situatie.

Het grootste deel van de broedparen brengt – in onze regio – dan ook hun jongen groot in een nestkast. Maar in onze natuurgebieden hebben we minstens twee koppels die toch kozen voor een natuurlijk nest. Eentje gebruikte een oude kraaiennest, het andere koppel koos er voor om boven op een afgeknakte populier te broeden.
Wij zijn daar heel blij mee. Want het feit dat deze torenvalken niet kiezen voor een nestkast bewijst dat onze natuurgebieden voldoen aan hun eisen: geschikte biotoop, voldoende voedsel en voldoende rust.

Balans 2020 – Deel 4 – Last but not least

Wij sluiten onze balans voor 2020 af met een aantal losse feiten. Maar die zijn stuk voor stuk ook belangrijke feitjes.

Beheerplan

Zeer belangrijk is het feit dat in 2020 het nieuwe beheerplan werd goedgekeurd door de minister. Dit voor de ganse Herkvallei. Deze goedkeuring is de garantie dat Limburgs Landschap vzw en wijzelf dit natuurreservaat – want dat is het hierdoor – verder kunnen ontwikkelen volgens een vooraf ingediend en goedgekeurd plan Ondertussen zijn we al gestart met het toepassen van dit plan. Zo werden er op verschillende plaatsen in de Grote Beemd percelen aangepakt en ook in Graeterbeemd en de Broekbeemd werden al voorbereidingen getroffen. Een proces waar we jullie zeker van op de hoogte gaan houden.

Kudde

Hier is 2020 dus ook een kanteljaar. Zoals we al lieten weten zijn de eerste galloway-runderen aangekomen. Maar daarnaast konden we – dankzij onze opmerkzame conservator Gert – ook samen met twee partners een begrazing met schapen opstarten. De combinatie van hooilandbeheer, jaarrond begrazing met runderen en stootbegrazing met schapen is een goede keuze volgens ons. De plantjes zullen het ons in de nabije toekomst zeker laten zien of dat effectief ook zo is. Dit beheer benadert alleszins heel dicht de historische werkwijze die door de Wellense bevolking halfweg de vorige eeuw werd toegepast.

Samenwerking

Daarnaast blijven we onze partners – die op een of andere manier meewerken in ons beheer – koesteren. De gemeente Wellen, Gemeente Alken, Regionaal Landschap Haspengouw en Voeren, Vlaamse Landmaatschappij, Vlaamse Milieu Maatschappij, Wildbeheerseenheid De Herk, De Winning en De Wroeter – met de kans dat ik nog iemand vergeet – hebben allemaal op een of andere manier een bijdrage geleverd.
Een speciale vermelding wil ik doen voor de landbouwers en hobbyboeren waar we al jaren goed mee samenwerken. Door het hooien of laten begrazen van percelen in onze natuurgebieden vervullen zij een belangrijke rol in het Wellense natuurverhaal.
Maar we willen onze samenwerking zeker nog uitbreiden. Ook andere privé-eigenaars willen we meekrijgen in ons verhaal. Zelfs als ze de percelen niet aan ons verkopen of verhuren kunnen ook zij hun steentje bijdragen aan de ontwikkeling van de Herkvallei. Hoe we dit zien lees je binnenkort zeker op deze blog.

Kern

Onze kerngroep zit al een tijdje in een VZW-structuur. Dit maakt ons als plaatselijke vereniging een stuk zekerder en sterker. Ook hier werd er in 2020 het een en ander uitgevoerd.
Onze statuten werden aangepast naar de huidige wettelijke normen. We maakten van deze gelegenheid gebruik om bestuurslid Joeri Philtjens – die al een tijd meedraait – toe te voegen als bestuurslid van de VZW. Daarnaast bestaat de kans dat we onze vrouwelijke krachten in ons bestuur gaan verdubbelen. Gerda, voorlopig ons enige dame in de rangen, zal het graag horen. Het zou alvast een prachtige manier zijn om 2021 mee te starten.

Tenslotte wil ik al onze ‘losse’ vrijwilligers van harte bedanken. Heel wat sympathisanten dragen op een of andere manier hun deel bij om de Wellense natuur nog mooier en sterker te maken. Zodra het weer mag, krijgt elk van hun een dikke knuffel. Dat is het minste wat ze verdienen.

Wij wensen iedereen alvast een natuurvol en gezond 2021.

Balans 2020 – Deel 3: Kamnieuws

De kamsalamander blijft ons paradepaardje. Buiten heel wat andere soorten is de Wellense waterdraak toch een beestje dat een groot stuk van ons natuurhart heeft veroverd. Daarnaast hebben we met onze ‘Kamman’, Davy Huygen een expert ter zake in onze rangen. Hij besteedt een massa tijd en energie aan de bescherming van de kamsalamander. Dit zowel in als rond Wellen.

Davy in actie

Nieuw

Het hoogtepunt van 2020 wat betreft de kamsalamander was zonder twijfel de ontdekking van een nieuwe poel met adulte beestjes. Dit dan ook nog eens in nieuw aangelegde poelen in samenwerking met gemeente Wellen en Regionaal Landschap Haspengouw en Voeren. Deze poelen werden gegraven in het wachtbekken aan de tervoortstraat. Een redelijk afgesloten gebied, maar blijkbaar geen probleem voor de kamsalamander om het toch te bevolken. Hoopgevend!

Stabiel

De cijfers van Davy tonen ondertussen aan dat de aantallen kamsalamanders stabiel blijven. Onze kern-populatie aan de koningsstraat blijft het goed doen. Maar ook in Ulbeek – rond de oude brouwerij – en op de langenakker blijven ze aanwezig.
Een grote zorg is wel de enorme verdroging die optreedt overal in de natuur. Zo vallen poelen vaak veel te snel droog, waardoor de larven het niet halen. Op andere plaatsen treedt dan weer een snelle vorm van verlanding op die de soort doet beslissen om andere oorden op te zoeken. Gelukkig dat via verschillende kanalen er opties zijn om deze problemen aan te pakken door het regelmatig onderhoud van bestaande poelen.

Poel achter brouwerij in Ulbeek

De verdroging is natuurlijk een ander paar mouwen. Daar hebben we niet zo maar een kant en klare en snelle oplossing voor. Alsook het – nog steeds zonder dat er veel tegenstand komt – aantal poelen dat illegaal verdwijnt. Maar we blijven ons toch inzetten voor onze Wellense waterdraak!

Balans 2020 – Deel 2: Soorten

Naar het einde van het jaar toe maken wij graag een balans op van onze werking. De voorbije jaren deden wij dat tijdens een gezellige ledenavond. Maar jammer genoeg zit dat er dit jaar niet in. Dus bezorgen wij het jullie even digitaal – met dagelijks een bericht – via onze blog. Deze keer overlopen we de belangrijke waarnemingen.

Veren

We beginnen met onze gevederde vrienden. Als fervent vogelkijker maak ik natuurlijk die keuze.
We kijken dan vooral naar de aanwezige broedvogels. Opnieuw hadden we één koppel nachtegaal in onze natuurgebieden. Een soort die ondertussen de status zeer zeldzaam heeft gekregen in gans Limburg. Wielewaal was opnieuw van de partij. Er ‘jodelden’ minstens vier mannetjes met als gevolg – hopelijk – evenveel broedparen in de Herkvallei. IJsvogel was er weer met minstens twee broedparen. Het vermelden waard was de aanwezigheid van maar liefst 6 nesten van buizerd. Een mooi aantal op zo een oppervlakte.
Dan waren er de ‘losse’ waarnemingen van even pleisterende of doortrekkende soorten. Op 10 april werd aan het kalkmoeras een snor gehoord. Andere overtrekkende soorten waren kraanvogel, rode wouw, slechtvalk en ooievaar. Maar de waarneming wat vogels betreft was zonder twijfel een nachtzwaluw die op 31/8 ’s avonds door onze conservator Gert werd opgestoten.

Buizerd in de vlucht

Flora

Wat planten betreft wordt het elk jaar leuker. Door ons hooilandbeheer en mozaïeklandschap duiken er steeds meer soorten op.
Wat orchideeën betreft zitten we met gevlekte-, bos-, wespen- en moeraswespenorchis al met vier soorten die we op ons lijstje mogen zetten. Maar ook harige ratelaar, schubzegge en paddenrus noteren we elk jaar fier. Dit jaar ontdekten we langs de Herk nog twee – weliswaar exoten – zeldzame planten: schildblad en ijzervaren. Hier was een expert nodig om de determinatie tot een goed einde te brengen.

Schildblad

Ondertussen blijft onze eenzame koraalmeidoorn jaarlijks enkele bessen produceren. Maar uitbreiding blijft uit. Bij de rozen is het een ander verhaal. Kraagroos, viltroos en mogelijk nog een paar zeldzame soorten krijgen zeker opvolging. Wij zijn druk bezig met het opkweken van plantgoed om onze hagenstructuur hier en daar op te vullen met wilde rozen.

Ander gekruip

Daarnaast blijven we soorten als zeggekorfslak en kamsalamander (komen we later nog wat uitgebreider op terug) opvolgen. Daar kwam dit jaar nog eikelmuis bij. Verspreid over onze natuurgebieden werden nestkasten opgehangen zodat we konden ontdekken of deze – ooit talrijke soort – nog aanwezig is in Wellen.
Wie er wel nog is, is onze das. Met ondertussen bewoonde burchten op zeker drie plaatsen is de ‘Limburgs panda’ zich stilaan aan het settelen in onze Bokkerijdersgemeente.

Eikelmuis

Oproep: als er mensen zijn die graag willen meewerken met het opvolgen van soorten in onze natuurgebieden in Wellen. Altijd welkom. Geef maar een seintje naar dirk.ottenburghs@skynet.be