Vermiljoen

Vermiljoenkever – topsoort

Neen, dit is geen rare vloek. Maar de ontdekking van opnieuw een topsoort in een van onze Wellense natuurgebieden. Op gehoopt en – na het plaatsen van een insectenval – aangetroffen. Een prachtig volwassen exemplaar.

In de val

De beste manier om deze soort te vinden is door een insectenval te plaatsen. Hier ging het om een exemplaar waar insecten in vallen en in een potje belanden. Daarna kan je ze er uit halen en op je gemak determineren. In dit geval ging dit redelijk vlug. Want vermiljoenkever Cucujus cinnaberinus is een opvallende en makkelijk te herkennen soort.
Ze worden 11-15 mm groot en hebben een heel afgeplat lichaam. Het halsschild, uitgezonderd de getande smalle zwarte zijranden, zijn glanzend helder rood, de dekschilden mat rood. De poten en de lange sprieten zijn zwart.

Dood hout

Het favoriete plekje van deze kevers zijn vochtige bossen, houtwallen of zelfs lanen met liefst wat – net afgestorven – dik takhout. Deze takken mogen toch een diameter van 10cm tot zelfs 20cm hebben. Het zijn zonneliefhebbers. Dus plaatsen met te veel schaduw mijden ze dan ook. Blijkbaar genieten populieren hun voorkeur. Wat onze vindplaats dan ook bewees. Het zijn pioniers die goed en ver kunnen vliegen. De vrouwtjes leggen hun eitjes in maart-juni op dode takken waarna ze deze locaties lange tijd kunnen koloniseren. Het wasd insecten-expert, Luc Crevecoeur, die de val kwam plaatsen en ons vertelde dat deze soort hier wel eens zou kunnen opduiken. Wat dan ook gebeurde.

Oude bomen

Dit is weer maar eens het bewijs dat het behouden en sparen van oude bomen of bossen, ook al gaat het om kleine oppervlaktes, voor heel wat soorten levensnoodzakelijk is. Het aantal populieren dat de kans krijgt om zo lang te blijven staan is een zeldzaamheid.
Het was onze voorzitter, Jan Nuijens, die op heel wat vergaderingen een vurig pleidooi voerde om de bomen, waar we de vermiljoenkever ontdekten, te sparen. Een verzoek dat wij gelukkig hebben ingewilligd.

Europees beschermd

Vermiljoenkever staat op de habitatrichtlijn 2-lijst. In het mooie gezelschap van soorten als otter, wolf, bechsteins-vleermuis, beekprik, modderkruiper,…
Allemaal soorten waar de overheid van het land waar ze voorkomen de nodige maatregelen moet treffen om ze te beschermen en te minstens te behouden.
Misschien even bellen naar de bevoegde minister dat de Herkvallei weer een extra bonus heeft gescoord. Na de zeggekorfslak en de kamsalamander, hebben we met de vermiljoenkever nu dus al drie soorten van Europees belang in ons natuurgebied. Dat kan niet iedereen zeggen denken wij.

Milly vertelt… het begin.

We gaan terug in de tijd. En niet zo maar een korte periode, ruim 10.000 jaar. Dat is toch al eventjes geleden. Maar toch ligt daar de basis van onze natuur in Wellen.

Begrazing met rosse beestjes

Eigenlijk was er op dat moment ook al begrazing in de beemden. Wel niet de ruige Schotten of de iets minder woeste Galloways, maar wel soorten als de wolharige neushoorn, muskusossen en mammoeten. Het verschil had je misschien niet gemerkt. Die mammoeten hadden net als onze huidige grazers een lange, rosse pels en twee vervaarlijk uitziende steekdingen aan hun kop. Nu zijn het horens, toen waren het slagtanden.
De omgeving was wel iets anders dan nu. Vlak na de ijstijd had de, ondertussen terugtrekkende, ijsmassa het landschap en het reliëf een stevige herschikking gegeven. Hier in Wellen lieten ze een mooie vallei achter door een hoger gelegen oppervlak te maken waartegen de toenmalige rivier werd opgestuwd. De omgeving van ons huidige dorp werd op die plaats gevormd. De basis van de Herkvallei werd gelegd op dat moment doordat de rivier meanderend een kom uitschuurde. Alles stond op dat moment denkelijk het ganse jaar lang onder water. Als de stroming wat trager werd, zakten fijnere kleideeltjes naar de bodem om daar een ondoordringbare laag te vormen. De basis van een natte en later moerassige biotoop met honderden bronnen die de kom bleven vullen met water.

Ooit waren dit de grote grazers in de Herkvallei

1 millimeter per jaar

Bij hogere waterstanden greep de rivier ver om zich heen. Begroeiing aan de oevers of op ondiepere plaatsen kwam dan ook onder water te staan en stierf af. Als die hogere waterstand langer aanhield, we spreken dan over periodes van tientallen, soms zelfs honderden jaren, dan kregen deze plantendelen de kans niet om te ontbinden. Op deze laag groeiden dan weer andere planten, die op hun beurt weer onder water kwamen te staan. Dit proces noemen we veenvorming. Dat heeft zich eeuwen voltrokken in deze vallei.
Hoe lang is dat al het geval? Een voorzichtige schatting van de specialisten brengt ons op minstens 6.000 jaar. Via een simpele rekenoefening komen we op dit antwoord. Veenvorming is een traag proces. De veen-experts spreken van 1 millimeter per jaar. Bij boringen in de Broekbeemd, waar we de veenlaag gevonden hebben, werden lagen met een dikte van ongeveer 6 meter gevonden. Aan het tempo dat we net aangaven, is die veenvorming dus ongeveer 6.000 jaar geleden begonnen.
De kans dat er in die onderste lagen nog sporen te vinden zijn van onze heel verre voorouders is dan ook niet onbestaande. Toch geweldig als je er begint over na te denken.

Gevonden

Zelf was ik bijna mijn hele leven gefascineerd over alles wat met die oertijden te maken had. Geschiedenis in het algemeen trouwens. Zo heb ik heel wat tijd door gebracht met het afzoeken van akkers naar sporen van die vroegste bewoners van de Herkvallei en omgeving. Soms ploegde ik met opzet een aantal centimeters dieper om zo de kans dat er weer iets leuks naar boven kwam te vergroten. En met succes.
Ik kon in mijn leven een mooie verzameling voorhistorische gebruiksvoorwerpen bij elkaar zoeken. Een waardevolle verzameling die ik dan ook, vlak voor ik hier vertrok, aan het Gallo-Romeinse museum schonk. Zij bewaren ze voor het nageslacht in hun goed gedocumenteerde collectie. Toen de huidige ‘Bokjes-leden’ via mail de vraag stelden of zij ons iets meer konden vertellen hierover, kregen ze binnen een paar dagen al een leuke reactie van Igor Van den Vonder, coördinator van het collectiebeheer van het Gallo-Romeinse museum in Tongeren. Wat een eer!
Hij stuurde hen niet enkel alle info over mijn collectie, maar was ook bereidt om hen een aantal foto’s te bezorgen van mijn vondsten. De herinneringen aan mooie tijden kwamen terug boven.

Vliegenstront

Een van de mooie dingen die ik na mijn korte leven kon achterlaten. Toch een geruststelling.
Want het leven is zo al snel voorbij. Zelf zat ik, met mijn 60 jaar, stevig onder het gemiddelde. Tegenwoordig zijn de eeuwelingen al lang geen uitzondering meer. Maar toch is een mensenleven niet meer dan een stevig vliegenstrontje. Rare uitspraak? Ik denk het niet.
Laten we eens heel ver terug gaan en de geschiedenis van onze aarde even op een tijdslijn zetten. Onze kloot waarop wij rondlopen zou volgens de wetenschap pakweg 4,5 miljard jaar oud zijn. Dan neem ik de lage kant van de schatting. Wij mensen lopen op die bol nu ongeveer 300.000 jaar rond. Als we het bestaan van onze aarde als één dag zouden zien, 24 uur dus. Dan zijn wij pas verschenen in de laatste minuut van die dag. Bekijken we een mensenleven in dit geheel dan wordt het nog wat meer confronterend. Want, stel dat we 100 jaar nemen dat jij hier rondloopt, komt dit overeen met 1/50ste van een seconde.
Dan weet je dat onze aarde het al immens lang doet zonder ‘hulp’ van de mens en dat onze impact als individu echt verwaarloosbaar is. in tijd dan toch, want op die minuut hebben we al stevig de boel naar de kloten proberen te helpen. Maar dat is een ander verhaal.
Als je bij die flits van 1/50ste van een seconde even stilstaat, dan is het enorm grappig om te bedenken dat ‘wij mensen’ denken dat wij die hele aardbol onder controle hebben of moeten houden. Het grootste misverstand. Opgelet, wij hebben wel effect op alles wat er gebeurt, leeft of nog gaat leven op de aarde – ik vertik het om ze ‘onze’ aarde te noemen. Maar dit komt enkel omdat we met zo veel zijn en zo een grote impact hebben. Maar controle? Vergeet het!
Om terug te komen op mijn vliegenstrontje. Eigenlijk zijn wij als een bromvlieg die onze huiskamer binnen vliegt. Ze is er maar een minuutje, maar ze denkt dat ze op die tijd eventjes alles gaat regelen, moest ze redeneren zoals veel mensen. Tussendoor zet ze zich even tegen het raam om daar in 1/50ste van een seconde een zwart strontje achter te laten. Dat is onze bijdrage aan dit immense systeem.
Moeten we ons dan niets aantrekken van ons verblijf op aarde? Zeker wel, ik stel voor dat jij, net als ik probeerde, op een of andere manier ons vliegenstrontje zo goed mogelijk achter te laten. Elk strontje telt, zou ik zeggen.


De kroniek van een aangekondigd einde

Het is gebeurd. De aanvraag tot verkaveling van twee bouwpercelen luidt het einde in van een era. In onze beleving zijn ze er altijd geweest, de zeven oude perelaars en de traditionele haag op de ‘Oude Kukkelberg’. Ze zijn stille getuigen van een tijd waarin nog geen sprake was van bouwwoede of ruimtelijke ordening. In de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw speelden wij als kinderen nog op straat en in ’t veld. Na forse sneeuwbuien vormde de haag het zijdecor voor sleepartijen vanaf de heuvel en in de lente was de haag de thuishaven van de meikever. Tijdens het fruitseizoen verdween er al eens een gevallen peer door de snaren van het tennisracket. Ja, straattennis was enorm populair destijds. Achterin lag vroeger ook een kleine poel die barstte van het leven. Tot een buurtbewoner het nodig achtte om het gat te dichten met de inhoud van zijn beerput. De persoon in kwestie heeft van mij nooit vergiffenis gekregen voor zijn wandaad. Anderzijds heeft hij nooit beseft welke drijfveer tot natuurbehoud toen in gang is gezet!

Het bewuste perceel op de Topografische kaart 1939

Op heel jonge leeftijd had ik angst om die mysterieuze haag te passeren op donkere winteravonden. Dit zijn de plekken waar de Bokkenrijders verzamelden, weet je wel? Kapotte fietsbanden, daarover kon ik ook meespreken. In principe niet de schuld van de meidoorn, in die tijd werd de haag nog regelmatig gesnoeid. En dan was er die keer dat mijn vriendjes en ik heel hard schrokken van een reusachtige salamander, met de blote handjes geschept uit diezelfde poel! Wie had kunnen denken dat deze gebeurtenis op latere leeftijd een kantelmoment teweeg zou brengen om daarna uit te monden in een levenswerk?

Kamsalamander, de ‘reus’ onder de amfibieën

Het zat er al 48 jaar aan te komen. Het laatste stukje groene ruimte met veteranen langs de Kukkelberg moet nu plaats maken voor de completisering van de plaatselijke lintbebouwing. Nostalgie maakt plaats voor vooruitgang. Het zal pijn doen, niet alleen aan het oog, maar vooral in het hart. Bedankt om er (geweest) te zijn, Kleine Landschapselementen. Onze belevenissen van weleer hebben in grote mate richting gegeven aan het verloop mijn (beroeps)leven. Vaarwel!

Davy Huygen

Milly vertelt… het kleinste natuurgebied van Vlaanderen.

Hallo, mijn naam is Milly. Denkelijk ken je mij niet. De kans dat je mij de laatste tijd bent tegengekomen is heel klein omdat ik in 1996 het tijdelijke voor het eeuwige heb verwisseld. ‘Veel te vroeg’ zeiden mijn vrienden en familie. Maar die stap kan niemand voorspellen of tegenhouden.

Ulbeek

Ik ben een van de telgen uit een groot gezin met 8 kinderen. Mijn ouders, Emiel en Antonie, woonden eerst in Veulen (Heers). Maar in 1936 verhuisden we met zijn allen naar Ulbeek, waar ik mijn hele verdere leven bleef wonen. Eerst met mijn ouders, later met een paar van mijn zussen. Op de foto ben ik de jongste van de hoop, gezeten op de schoot van mijn vader. De jongere mensen die aankomen op de plek waar ik nu veel verblijf zeggen – als ze deze foto zien – dat ik hetzelfde kapsel heb als Krusty the Clown. Maar ik heb geen idee waar ze het over hebben.

Mijn gezinnetje, sommige van ons moesten toen nog wel geboren worden.

Hart voor natuur

In de tijd dat ik in Ulbeek woonde, vertoefde ik heel veel in de natuur. Ik kon er uren rondlopen en zo al mijn zorgen – wie heeft er geen nietwaar – even vergeten.
Zo kwam ik ook terecht bij een leuke bende andere natuurgekken: de mannen van ’t Bokje. Natuurlijk waren er ook vrouwen bij. Maar in die tijd mocht je zoiets nog zeggen zonder dat je een WOKE-verwittiging kreeg. Ik heb heel veel tijd doorgebracht met dit clubje. Vergaderen, na-vergaderen, na-na-vergaderen, werken in de natuur of gewoon samen genieten van al die wonderlijke planten en beestjes die wij ontdekten. Het was een heel mooie tijd.

Schenken

Daarom dat ik – net voor ik mijn laatste adem uitblies – vond dat ik een deel van mijn geluk dat ik via die natuur vond ook op een of andere manier moest teruggeven.
Zo had ik een mooie collectie historische vondsten bij elkaar gespeurd. Deze schonk ik aan het Gallo-Romeins museum in Tongeren.
Ook voor mijn goede vrienden van ’t Bokje had ik wat achter de hand. Tegenover onze boerderij lag een stukje grond met daarop een mooie houtkant. Dit kleine paradijsje heb ik heel vaak uitgekamd. Dit hoorde thuis bij de natuur en via een schenking hoopte ik het voor de toekomst veilig te stellen. Want deze houtkant heeft al een lange geschiedenis.

Op de kaart van Ferraris uit de 18de eeuw is die houtkant al aanwezig. Ook de U-vormige hoeve waar ik woonde kan je al zien. De houtkant lag er recht tegenover. (Bron – Geopunt)
Zo ziet het er nu uit. Een groot deel van de hagen is verdwenen, maar de houtkant is er nog.

Kleinste

We zijn nu toch al meer dan 25 jaar verder. De mensen van Limburgs Landschap vzw en de Wellense Natuurvereniging ’t Bokje – zo heten ze nu – zijn nog steeds eigenaar van dit stukje natuur. Het is niet het meest belangrijke gebied dat ze in beheer hebben. Maar ik denk dat dit wel het kleinste stukje natuur is dat ze beheren. Neen, ik ben er zeker van: dit is het kleinste natuurgebied van Vlaanderen, misschien zelfs België.
De term natuurgebied klopt – officieel gezien – natuurlijk niet. Dan zou er een beheerplan moeten goedgekeurd worden door het Agentschap voor Natuur en Bos. die zouden nog al ogen opentrekken als de natuurvereniging dit zou insturen.
Het heeft ook totaal geen beschermde status. Buiten het feit dat je de bomen die er op staan niet zo maar mag omhakken. Een paar jaar geleden heeft de gemeente er nog stevige snoeiwerken in uitgevoerd. Blijkbaar waren er klachten dat er takken het verkeer hinderden. Zij dachten dat ze op openbaar domein bezig waren. Maar gelukkig was een van mijn zussen – die nog in de hoeve woonden toen – alert genoeg om dit even aan de mensen van ’t Bokje te melden. Gelukkig werden er enkel wat snoeiwerken uitgevoerd en werd een dode knotwilg opgeruimd.
Verder bleef deze houtkant al die jaren zo goed als onaangeroerd. Enerzijds omdat er geen ingrepen nodig waren, anderzijds omdat Limburgs Landschap en ’t Bokje mijn houtkant een klein beetje uit het oog waren verloren. Maar ondertussen hebben ze mijn houtkant terug ontdekt. Je gaat er zeker nog van horen.

Een van de ‘bewoners’ van de houtkant

Wat bracht 2021?

Het jaar 2021 ligt achter ons, dus tijd om eens in de waarnemingen van vorig jaar te duiken. Met de website waarnemingen.be is dat een stukje van een taart (piece off cake zeggen de echten).
Zo kon ik al snel vaststellen dat er in totaal 403 soorten werden ingegeven voor de Herkvallei op deze website door een waaier van waarnemers. Leuk, maar ik ben er zeker van dat dit nog veel beter kan. Dit jaar eens gaan voor een zogenaamde Bio-Blitz – zo veel mogelijk waarnemingen op één dag – waarom niet.
Maar laten we eens kijken wat er in 2021 in onze natuurgebieden werd gezien.

Pluimen eerst

Als fervent vogelkijker voel ik mij verplicht om met deze groep te starten. Een echte gegronde reden heb ik daar niet voor.
Twee ‘rode’ soorten – dit zijn zeldzame waarnemingen – waren kraanvogels en een zwarte wouw. Gaan we echter iets ruimer kijken dan zag ik dat die kraanvogels geen gelukstreffer waren. Op onze telpost in Oetersloven werden eind oktober en begin november meerdere groepen gezien. Daar werden ook twee keer een rode wouw geteld. Maar de knaller op de telpost was zonder twijfel een overvliegende purperreiger. Deze prachtige reigersoort werd nog nooit opgetekend op de telpost of in Wellen. Ook onze ringers deden hun job weer goed en konden meer dan 4.500 vogels ringen. Daar was de topper een vangst van een grote karekiet.

Grote karekiet – ringvangst

Kleiner spul

Nu we toch bij de vliegende wezens zijn, schakelen we even over naar de ongewervelden. Er waren verschillende leuke vondsten van nachtvlinders. Wel allemaal buiten onze natuurgebieden. Maar ik ben er zeker van dat ze daar ook rondfladderen.
Telkens met een mooie foto erbij die hun waarneming bevestigd. Wat dacht je van de diana-uil (Luk Vandelaer in Herten) vlak bij de Broekbeemd – jammer genoeg – dood gevonden. Of de witte hermelijnvlinder, gewoonweg een beauty. Verder koekoeksbloemspanner en als afsluiter een roomtipje (Tom Lacroix in Berlingen).

De prachtige tekening van de Diana-uil

Maar bij de ongewervelden zaten voor onze natuurgebieden vorig jaar een paar toppers tussen. Het was vooral de Broekbeemd die leuke soorten opleverde.
Zo was er de vondst van een harige langsprietwapenvlieg. Meer dan een mond vol voor deze zeldzame vliegensoort.

Harige langsprietwapenvlieg

Maar de vondst van dit jaar was er eentje van een bizar beestje: de grote lissnuitkever.. De waarneemster staat geregistreerd als Jenny, dus voor ons een nobele onbekende voorlopig. Misschien dat ze dit artikeltje leest? Dan mag ze zich altijd melden bij ons.
Deze keversoort voedt zich met zijn lange snuit door sap uit planten te zuigen. Liefst lissoorten, zoals je met zijn naam al verwacht had. Een zeer zeldzame rakker, deze prachtige kever.

Grote lissnuitkever – de foto die Jenny kon maken

Flora

Laten we dan onze neus eens steken in de waarnemingen van plantensoorten in onze natuurgebieden. Het grote voordeel van deze soortengroep is dat ze – als ze eenmaal ergens staan – ze ook op die plek blijven. Maar de juweeltjes ontdekken blijft een hel opgave. Toch zijn een aantal mensen – waaronder onze altijd attente conservator Gert – er weer in geslaagd een mooie lijst samen te stellen.
De kroontjesknotszwam, een zeldzame schimmel, was opnieuw van de partij. Maar deze keer op meerdere vindplaatsen. Kwestie van je ogen open houden denken wij.
Andere blijvers waren rode ogentroost, harige ratelaar, schubzegge, pijptorkruid, gevlekte- en bosorchis.
Het goede nieuws voor deze laatste soorten was dat ze zich stevig hebben uitgebreid, alweer. Zo hebben we voor de gevlekte orchis de kaap van de 1.000 bloeiende planten in 2021 gerond. Nieuwe soort was de vleeskleurige orchis. Met een exemplaar, hopelijk de aanzet voor meer van dat.
Heuglijk nieuws was ook dat sommige soorten, zoals paddenrus, bosorchis en kalkwalstro, ook werden ingegeven in het natuurgebied Langenakker.

Vleeskleurige orchis (foto Gert Appeltans)

Volg ons

Ons voornemen voor 2022 is om via onze blog regelmatig leuke waarnemingen te melden. Interessant voor jou? Meldt je dan aan op onze blog en ontvang bij elk bericht dat wij posten een mail om je te waarschuwen. Zo mis je geen enkel nieuwsje uit onze prachtige Wellense natuur.

Het nuljaar

Bij deze kerstdagen lijkt het misschien of wij terugkeren naar het begin van onze jaartelling. Maar dat is totaal niet de bedoeling! We gaan in 2022 een nuljaar creëren voor ons deelgebied in de Herkvallei: de Broekbeemd.

Wat is een nuljaar?

Bij elk wetenschappelijk onderzoek is het belangrijk om een punt vast te leggen dat kan dienen als vergelijkingspunt. Dit is meestal, als er grafieken getrokken worden, de onderste lijn van die tekening. Het nulpunt.
In ons geval is dit nulpunt het resultaat van een volledig jaar, 2022. De data die we i n dat jaar verzamelen zullen voor alle volgende tellingen het vergelijkingspunt zijn.
Ik geef een voorbeeld: in 2022 houden we een telling van het aantal populieren dat er in de Broekbeemd staan. We tellen er 150. We maken ook een kaart waarop je de locatie van al deze populieren kan zien. Daarbij meten we ook alle omtrekken van die populieren en ook die zetten we bij op de kaart. Deze gegevens, zowel de kaart, als de aantallen, als de omtrek van elke boom, die wij in 2022 hebben opgetekend is ons nulpunt.
Tien jaar later doen wij dezelfde metingen. In vergelijking met het nuljaar 2022 zien wij dan of er meer of minder populieren staan. Door de kaarten naast elkaar te leggen kunnen we zien of er ergens populieren zijn gekapt en of er elders zijn aangeplant. Via de omtrekken zien we of het om pas aangeplante, jonge of oudere bomen gaat.

Volhouden en steeds hetzelfde

Ook belangrijk is dat we elke manier van gegevens verzamelen per soortengroep (of aparte soort) juist hetzelfde uitvoeren als in het nuljaar. Als we terug kijken naar ons onderzoekje rond de populieren dan is het belangrijk dat we de bomen tellen, op kaart zetten en de omtrek meten. Als we nadien bijvoorbeeld de hoogte gaan meten dan is onze vergelijking al niet meer correct.
Daarom gaan we per soortengroep die we willen opvolgen vooraf goed nadenken welke methode we gaan toepassen. Daarnaast is het ook belangrijk dat we dit lang genoeg blijven doen. Dit met een vaste interval, bijvoorbeeld elke 2 jaar of elke 5 jaar.
De methode die we kiezen is belangrijk. Maar het is nog belangrijker om deze methode goed te volgen en vooral ze lang blijven toepassen. Dat laatste is meestal het moeilijkste.

Waarom de Broekbeemd?

Er staan mogelijk voor dit natuurgebied een aantal superbelangrijke jaren voor de deur. Het gebied zou de volgende 10 jaar wel eens een enorme metamorfose kunnen ondergaan. Dit heeft allemaal te maken met het natuurtype van alkalisch laagveen – wat wij noemen het kalkmoeras – dat aanwezig is in onze Wellense natuurparel.
Dit type van natuur is gewoonweg superbelangrijk en – zelfs op Europees vlak – ook nog een superzeldzaam. Momenteel zijn heel wat instanties met veel invloed binnen het natuurwereldje aan het bekijken of het zin heeft om de Broekbeemd om te toveren tot een groter kalkmoeras. Spannende tijden en hopelijk geven zij de volgende jaren groen licht.
Omdat we totaal geen zicht hebben op de planning – als die er al komt – willen wij ons voorbereiden op eventuele onderzoeken op de invloed van deze ingrepen op bepaalde soortengroepen. Dus willen we in 2022 de situatie zoals ze nu is in kaart brengen.
Als de plannen dan ooit worden uitgevoerd hebben we alvast een vergelijkingspunt.

Ook jij kan meedoen!

Voorlopig hebben we al mensen bereidt gevonden om een aantal soortengroepen te monitoren: planten, vogels, zeggekorfslak, mossen en amfibieën.
Maar er is nog een heleboel werk aan de winkel. Dus we zoeken nog natuurliefhebbers die ons met dit onderzoek willen helpen, in 2022 en liefst ook de volgende periode.
Zo zijn we op zoek naar mensen die dagvlinders, libellen, zoogdieren, nachtvlinders, insecten algemeen, waterkwaliteit, grondwaterstand of waterdiertjes willen opvolgen.
Kost dit veel tijd?
Aangezien wij de methode voor deze groepen nog moeten vastleggen (de basismethode kennen we, maar de frequentie ligt nog niet vast) kunnen we meestal op maat van de teller werken. Om een voorbeeld te geven: voor waterkwaliteit zou je twee keer per jaar een tiental meetpunten moeten opvolgen. Waterstaal nemen, paar kleine tests doen (dat kan je thuis) en die gegevens ingeven in een door ons aangeleverd bestand.
Ik ken daar niets van!
Natuurlijk is een basiskennis een voordeel. Maar zeker geen vereiste. Voor sommige onderzoeken en soorten is voorkennis niet nodig. Wij bezorgen je alle nodige documentatie en materiaal. Dan kan jij zo aan de slag!

Kandidaat?

Wil je meer weten? Of ben je al klaar om ons te helpen? Laat het ons dan weten via een mail naar dirk.ottenburghs@skynet.be
Dan nemen wij zo snel mogelijk contact met jou op en bekijken we samen wat jij wil en kan doen en hoe je dit best aanpakt. Wij laten je zeker niet aan je lot over. Je kan steeds terugvallen op ervaren tellers om je te helpen of raad te geven.
Bedoeling is ook om regelmatig met alle tellers eens samen te komen en via onze blog en facebookpagina houden we iedereen ook op de hoogte van leuke vondsten, uitgevoerde onderzoeken en ander nieuws over dit project.

Twijfel niet en stuur ons vandaag nog een mail!

Geringd

Elk najaar worden er in een van onze natuurgebieden vogels geringd. Dit gebeurt door een erkend ringer die hiervoor de nodige opleiding en vergunningen kreeg. Interessant, omdat we op deze manier weten wat er over en door deze gebieden passeert. Dit levert vaak leuke verrassingen op.
Elke vogel die de ringer door zijn handen laat gaan krijgt een wetenschappelijke ring mee. Maar daarnaast worden een aantal gegevens genoteerd zoals soort, leeftijd, geslacht, gewicht, vleugellengte, vetscore en zo meer. Al deze gegevens worden bewaard in een enorme database die wordt beheerd door het Koninklijke Belgische Instituut voor Natuurwetenschappen in Brussel. Een enorme bron aan informatie die heel vaak door wetenschappers wordt geraadpleegd om onderzoek te doen.
Wil je meer weten over het Belgische ringwerk? Kijk dan eens op hun website.
Dit jaar werden er in Wellen 4.137 vogels geringd of gecontroleerd. Dit gedurende 356 uur veldwerk. Voornamelijk in de zeer vroege uurtjes. Wie vogels wil ringen mag geen langslaper zijn.

Zwartkop wint weer

Van dit aantal neemt de zwartkop een grote hap uit het geheel. Deze onopvallende maar zeer talrijke soort wordt op bijna elke ringplaats het meest gevangen. Met 1.215 exemplaren was dat ook bij ons het geval. De tweede in de top 5 moet het al doen met minder dan helft. De kleine karekiet pakte zilver met 515 exemplaren.
Voor deze locatie toch geen slecht resultaat omdat er in de ruime omgeving geen rietveld te bespeuren valt. Toch de biotoop die deze soort verkiest.
Op drie vinden we de heggenmus met 394 exemplaren, gevolgd door roodborst (372) en pimpelmees (313). Deze laatste werd vooral in november gevangen. Op dat moment bleek er een kleine golf over ons landje te rollen van deze sympathieke meesjes.

Mannetje zwartkop

Daar doen we het voor

151, dat is het aantal vogels dat kon gecontroleerd worden omdat ze al een ringetje rond hun poot hadden. Dit zijn de leuke vangsten. Want deze vogel draagt met zijn ring al heel wat info met zich mee.
Zo komen we te weten hoe oud hij minstens is en ook waar hij of zij vandaan komt.
Van die 151 waren er 113 eigen terugvangsten van datzelfde jaar. Sommige vogels blijven ‘plakken’ omdat ze in de buurt genoeg eten en dekking vinden om even bij te tanken. Soms zijn het ook plaatselijke vogels die de ringplek als leefgebied hebben.
Maar er zijn ook eigen terugvangsten van voorbije jaren. zo vingen we een zwartkop die op dezelfde locatie werd geringd in 2020. Die heeft er in zijn korte leven al een trip opzitten naar zijn overwinteringsgebied en besloot om net als in 2020 om nog eens te passeren in Wellen. Is de Grote Beemd zijn jaarlijkse broedgebied of is het een jaarlijkse tussenstop op zijn lange reis naar warmere oorden in de winter? Die vraag blijft open. Tenzij hij ook eens in de handen komt van een ringer in die regio. Boeiende materie dat ringwerk.
We controleerden ook 2 vogels die in 2019 al door ons geringd werden. Een heggenmus en een roodborst. Ook hier blijft die vraag open.

Letland

Maar we weten natuurlijk op die manier wanneer we een ‘buitenlander’ in onze handen hebben. Dat zorgt elke keer weer voor een kleine opstoot van adrenaline. Zo vingen we een bosrietzanger, tuinfluiter en zwartkop uit Nederland. Logisch, want deze vogels passeren normaal gezien op hun tocht naar het zuiden eerst Nederland en dan ons landje als ze in het noorden vertrekken.

Ring met inscriptie van ringcentrale uit Litouwen


Maar toch is het niet altijd de klassieke noord naar zuid story die bij de trek van vogels van toepassing is. Dat bewijzen een bosrietzanger die werd geringd in Tsjechië, een pimpelmees die uit Litouwen komt of een fitis met een Russische ring rond de poot.
Er waren ook twee kleine karekieten met een ‘buitenlands verhaal’. Eentje had een ring gekregen in Polen en den andere in Letland.
Vooral deze laatste was leuk en interessant, omdat het ging om een 1ste jaars vogel. Dat wil zeggen dat hij dit jaar uit het ei is gekropen. Dit in Letland of nog verder naar het noorden. Hij heeft dus in zijn jonge leven al een stevige tocht achter de rug. Maar die tocht stopte niet in Wellen, maar gaat denkelijk nog door tot een rietveld aan een Afrikaanse stroom of waterplas.

Grote

Elk jaar worden er ook zeldzamere soorten geringd. Op zich niet het hoofddoel van al dit veldwerk, maar toch een leuke bonus. Zo weten we op deze manier zeker dat er waterral, snor, siberische tjiftjaf – een ondersoort van onze plaatselijke tjiftjaf -, blauwborst en nachtegaal passeerde in onze Wellense natuurgebieden.

Grote karekiet in zijn biotoop, verborgen in het riet.


De verrassing van dit jaar was zonder twijfel de vangst van een grote karekiet. Een nieuwe soort voor deze ringplek en eentje die nog nooit in onze natuurgebieden in Wellen werd waargenomen.
Wel niet totaal onverwacht omdat deze soort net als de meeste soorten die hun leven slijten in waterrijke rietgebieden, het de laatste jaren beter doet en in aantal is toegenomen.
Maar het bleef een leuke kers op de stevige ringtaart van dit jaar.

Doe zo verder

Deze zin stond tijdens mijn schooltijd vaak op mijn rapport. Een standaard quote die mijn leerkrachten snel neerpenden bij de middelmaat van de klas om zo snel mogelijk hun verbeterwerk af te haspelen. Ditzelfde gevoel heb ik bij de op dit moment lopende klimaattop in Glasgow.

Veel blabla

COP26 geeft aan dat het niet de eerste keer is dat al deze wereldleiders en hun gevolg samen zitten rond deze kwestie. Dat is op zich al een zeer verontrustende vaststelling. Een lichtpuntje is dat ze het momenteel blijkbaar er over eens zijn dat er iets aan de hand is met onze planeet. Eindelijk!
Hoog tijd dat we er iets aan doen zou je denken. Jammer maar helaas. Ik ben er zeker van dat er de komende dagen door bijna elk van hen weer grote beloftes gedaan worden. Een opbod van straffe acties en toekomstige resultaten. De eerste reeks heb ik al horen voorbijkomen.
Maar jammer genoeg blijft het meestal met veel blabla en geen boemboem. Om een voormalige Vlaamse politiekster te citeren. ‘We gaan dit en dat doen tegen 2030, 2050, 2060’. Jaartallen die als een wortel die met een stok voor een ezel hangt te bengelen steeds vooruit worden geschoven. Maar de voelbare resultaten blijven uit. Integendeel, het wordt elke jaar, elke maand, elke dag nog erger.

Bossen sparen

De nieuwste wortel die ik zag bengelen was de belofte om tegen 2030 op de ganse aarde de oppervlakte aan bossen niet meer te laten dalen. Dus kan er nog 10 jaar lustig met de hakbijl – lees grote bosvernietigingsmachines – gezwaaid worden. Aan het huidige tempo van kappen gaat er nog heel wat hectares bos tegen de vlakte. Van de ‘longen van onze aarde’ zullen tegen dan nog maar een hoopje longblaasjes over zijn. Als het over bossen vernietigen gaat is er veel boemboem en hoor je er weinig blabla over. De bedrijven die aan deze kappingen veel geld verdienen – op welk manier dan ook – doen wat op mijn rapport stond: gewoon verder.

Negatief

Waarom zo negatief? Moeten we dit overleg al afschieten nog voor het goed begonnen is? Ik vrees van wel. De vorige edities hebben al aangetoond dat het nog steeds niet is doorgedrongen tot al deze harde koppen dat het hoog tijd is om te handelen. Als het al niet te laat is. Ze vertellen elkaar dit trouwens op hun overleg. De vraag is of die boodschap gemeend is en of ze bij de rest binnen komt. Ik denk het niet.
Voor de meesten onder hen weegt het ‘nadeel’ van te handelen nog steeds op tegen de ‘voordelen’ om het probleem aan te pakken. De kostprijs van acties, het ongemak van de rotverwende burger die een deel van zijn pleziertjes moet laten, de lobby van de enorme rij aan ‘benadeelden’ die minder winst gaan maken of zelfs hun bedrijf zien verdwijnen (of gewoon denken dat dit kan gebeuren). Allemaal argumenten om niet tot actie over te gaan. Ook onze eigen Belgische politici trappen in deze val en hebben de ballen niet om het probleem aan te pakken. Ze houden ons een wortel voor en schrijven op ons rapport: doe zo verder, we hebben nog tijd om alles op te lossen. Wat velen onder ons dan ook gewoon doen. Zich niet bewust van de catastrofe die elke dag dichterbij komt.

De hete kastanjes

‘Had ik maar wat beter mijn best gedaan’. Een gedachte die volgens mij velen van ons soms maken als ze terugdenken aan hun schooltijd. Ik hoor daar alvast bij. Toen waren we ons niet bewust van de kans die we toen lieten liggen. Te druk met feesten en te lui – in mijn geval – om grotere uitdagingen aan te gaan. Maar dat is voorbij.
Maar zitten we met ons klimaatverhaal niet in hetzelfde schuitje. Gaan we ons de laksheid en de onwil om knopen door te hakken later niet beklagen? Onze generatie zeker niet. Want als het echt gaat mislopen liggen wij allemaal netjes onder de graszodes of staan we ergens in een urne met een pot chrysanten aan onze voetjes.
Onze kinderen, kleinkinderen en zeker onze achterkleinkinderen zullen de kastanjes uit het vuur mogen halen. Als er tegen dan nog kastanjes zijn. Aan vuur zal er geen gebrek zijn.
Ze zullen ons rapport dan maken en er met een dikke stift op schrijven: zij deden gewoon verder! Jammer.

Wij hopen – en dat menen we echt – dat we binnen een aantal jaar onze woorden moeten inslikken. En dat we dan mogen zeggen, in een positieve zin, doe zo verder!

“FACTCHECK: Laatste knotes van Wellen geconserveerd”.

KNOTESSEN EN KNOTBOMEN

In juni ontving ’t Bokje van de gemeente Wellen een bedrag binnen het kader van de coronasubsidie voor Wellense cultuurverenigingen. Dit was een erkenning voor de toegankelijkheid van onze natuurgebieden in tijden van Corona.  ’t Bokje heeft dat geld gebruikt om een omgevallen knotes te conserveren. 

Knotessen zijn een uitstervende cultuursoort. Knotbomen werden al in de middeleeuwen aangeplant als grensafscheiding en beheerd als houtleverancier, dubbel gebruik dus. In onze streken vinden we knotwilgen, knotessen, knoteiken en sporadisch ook knotveldesdoorns terug (zei foto, Grote Beemd, Zavelsteeg). Het essenhout werd gebruikt om stelen te vervaardigen maar ook als brandhout.  Na de tweede wereldoorlog verdween dit gebruik. De knotbomen werden gekapt, verdwenen uit ons landschapsbeeld.  Her en der staan er nog een aantal exemplaren. Het historisch gebruik is zoek. Ze moeten meestal dringend geknot worden.  Knotessen werden bovendien nu ook geveld door de essenziekte. Ze zijn een uitstervende verschijning.  In 2016 velde de grote storm één van de mooiste knotessen.

KUNSTZINNIGE CONSERVATIE

Het is een geslaagde conservatie. In feite is het een afdruk. De kloven van de oude bast alsook de knoesten en verwondingen blijven in detail zichtbaar. De conservator heeft er een eigen betekenis ingelegd. De boom is ingewassen met een vleeskleurige balsem waardoor de boom iets menselijks krijgt. Hier ligt geen dode boom maar een dode mens. Hier ligt een heilige na de kruisafneming, getergd door lijden en smart, verbleekt na het wegstromen van de levenssappen. Over zijn lende is een doek gelegd om de schaamte  te verbergen. De schaamte, van wie, voor wie? Het kunstwerk zal opgesteld worden in de funeraire Sint Rochuskapel van Ulbeek waar ook een andere beroemde boom van Wellen zijn laatste rustplaats heeft gevonden.

WAAR OF NIET WAAR ?

Het verhaal hierboven is deels waar.  

Waar:                   ’t Bokje heeft een coronasubsidie gekregen van de gemeente Wellen !

Waar:                   Er bestaat een beeld van een omgevallen knotes onder naam “Embalmed Twins II (2017)”. Het is een kunstwerk, gemaakt door Berlinde Debruyckere. Het staat op dit ogenblik tentoongesteld in het Bonnefantenmuseum van Maastricht.

Onwaar:              ’t Bokje heeft zelf geen omgevallen knotes geconserveerd. Maar het beeld van de gebalsemde boom van Berlinde Debruyckere riep onmiddellijk een associatie op met het kwijnen en sterven van deze cultuurbomen in ons landschap. Hij zou echt wel een plek verdienen in Ulbeek.

ZOALS HET SCHRIJN VAN DE HEILIGE ODILIA

De boom is tentoongesteld in het Bonnefantenmuseum van Maastricht.  In de brochure van tentoonstelling staat dat hele kunstwerk iets heeft van “.. een reusachtig schrijn dat kan worden rondgedragen in religieuze processie”.  En dan moet ik onmiddellijk terugdenken aan het schrijn van de Heilige Odilia. Dat werd ooit echt rondgedragen in de processies.  Dat schrijn wordt nu beschouwd als meest betekenisvolle kunstwerk uit onze streek. Het is 800 jaar oud. De betekenis ervan werd pas 100 jaar geleden echt ingeschat. Ook dat schrijn werd geconserveerd. Het wordt sinds kort vergrendeld bewaard in de sacristie van de Odulphuskerk van Borgloon. Het Odiliaschrijn  is opgenomen in (het voorstel van) de Vlaamse canon. Verdient onze knotes daar ook geen plaats ??

Laat ons hopen dat het geen 800 jaar gaat duren voor we beseffen wat voor een kunstwerk er in een knotes schuilgaat. Om er nu nieuwe te planten. Nieuwe knotbomen kunnen een antwoord zijn op ons ruimtegebrek en energievraagstuk. Maar dat … is een ander verhaal.

Jan Nuijens

Voorzitter ’t Bokje

Sept. 2021

WELLEN: EEN DORP MET TWEE BERMEN

Zoals er mensen zijn met twee gezichten, zijn er dorpen met twee bermen.  Van een mens met twee gezichten zegt men dat men niet goed weet wat men er aan heeft.  Welnu, als je in Wellen naar de bermen kijkt, dat heb je die indruk ook.

HET EERSTE GEZICHT:  DE EENJARIGE BERM MET STINKERTJES

Het laatste wat je kunt zeggen is dat een berm met kleurrijke stinkertjes niet opvalt. Hij straalt. Als je het dorp indraait, lijkt het wel op  een pride parade. Deze berm is zeer zeldzaam geworden. De reden is gekend:  milieuonvriendelijk.  Vooral oudere mensen vinden deze berm mooi. Dat is ook normaal omdat deze berm stamt uit een tijd van vóór de Club van Rome en het klimaatplan van Rio. 

Deze berm toont het gezicht van Wellen als weinig milieubewuste en als natuuronvriendelijke gemeente. Deze stinkertjes wordt artificieel verwekt. Hun voedsel zit niet in de grond maar in de astronautenvoeding die de plantjes meekrijgen bij de aanplant. Deze berm vraagt veel onderhoud. Hij moet dagelijks water krijgen, opschietend nevenkruid moet gerooid worden. Deze berm is niet wild van Wellen. Bovendien is hij heel vergankelijk. Deze berm is misleidende schoonheid, hij is een zomerse dandy, een flierefluiter, een vat zonder bodem. Eenmaal uitgebloeid, verslenst hij snel. Zijn lot is onverbiddelijk: gedumpt als groenafval op het containerpark. Er blijft een kale, schrale grond achter die dan meestal ingezaaid wordt met gras. Klimaatwaarde nul, biodiversiteit nihil. Er zijn op dit ogenblikken bakken zaden voorhanden voor bijenvriendelijke en overlevende bloemenrijke bermen. Dit gezicht van Wellen zaait verwarring.

HET TWEEDE GEZICHT:  DE WILDE BERM MET KRUIDIGE PLANTEN   

Deze berm is kruidig. Bij oudere of conservatieve mensen krijgt hij wat kritiek. Te veel ‘smodder.’ Het is de berm van “de GRUN”, zullen velen in Wellen zeggen.  Hij is er dank zij het bermbeheersplan van de gemeente. Jawel, beslist en doordacht beleid voor de volgende generaties. Dank zij het goede beheer van de gemeente de laatste jaren evolueren ze naar echte bloemen- en kleurrijke bermen. Er zijn zowel schrale als voedselrijke bermen (die met brandnetel). Door het jaarlijks maaien en afvoeren van het kruid worden de bermen elk jaar voedselarmer en vragen ze dus ook minder en minder onderhoud. Het afgevoerde gras wordt deels verwerkt tot papier.

Deze berm toont het gezicht van een milieubewuste gemeente.  Deze berm provoceert ook een mentaliteitsverandering bij diegenen die het graag wat cleaner willen. Hier toont de gemeente zijn inwoners hoe het zou moeten. Want, het zou goed zijn als vele tuinen en landbouwgebieden er wat wilder en kruidiger zouden uitzien, voor ons klimaat, voor onze biodiversiteit en tegen het afstromend water.   

Deze bermen zijn letterlijk wild van Wellen. Ze zorgen ervoor dat bijen- en insectenpopulaties kunnen doorleven. Deze bermen bieden in de winter ook voedsel en dekking voor vele vogels die in de omliggende gebieden nauwelijks nog dekking of winterkruiden meer vinden.  Deze berm moet het ware gezicht van Wellen zijn. En, hij stinkt niet, hij is wild en Wellendoend.