Papenwei

papenwei-2

Midden in de Grote Beemd ligt een mooi grasland. Misschien wel het meest waardevolle hooilandje dat wij in dit natuurgebied samen met Limburgs Landschap vzw beheren.

De reden is dat dit een van de weinige stukjes is in de Grote Beemd die al honderden jaren als hooiland beheerd worden. Elk jaar gemaaid, maaisel afgevoerd en (bijna) nooit bemest. Dit levert een bloemrijk en soortenrijk stukje natuur op. Met zeldzame soorten als knolsteenbreek, rolklaver, echte koekoeksbloem en ratelaar.

_MG_2613

Knolsteenbreek

Papen?

Dit grasland staat op de topografische kaart als de Papenwei? Waar komt die naam vandaan?
Volgens geschiedkundige Dr. J. Michiels is de naam afkomstig van het feit dat deze weide denkelijk eigendom was van de Kerk of een pastorij. Papen is namelijk een ander woord voor katholieken of priesters.

Beheer

Elk jaar wordt deze weide, door een landbouwer waar wij mee samenwerken, gehooid. Dit pas na 1 juli zodat de bloemen hun zaad kunnen vormen en verspreiden. Het maaisel wordt afgevoerd en is het ‘loon’ voor onze landbouwer. Een loon dat elk jaar iets kleiner wordt. want door dit beheer verschraalt het perceel en is de opbrengst in hoeveelheid hooi steeds iets minder. Dit is juist ons doel, want hoe schraler de bodem, hoe meer soorten er opduiken. Wat elk jaar een prachtig bloementapijt oplevert.

Kamsalamander-Dundee

Diep in de Sahara, in het Ennedi-massief in Tsjaad vind je een kleine populatie nijlkrokodillen. Totaal geïsoleerd en op het eerste zicht volledig uit hun normale leefmilieu gerukt. Toch overleven deze koudbloedige reptielen hier al miljoenen jaren. Ze doorstonden een massale uitstervingsgolf na de meteorietinslag, fleurde op tijdens de ijstijden en kreunden onder de verdroging sinds de ijstijden. Met een sterk verlaagde hartslag ze geduldig op de afkoeling en het natter worden van de aarde na de klimaatopwarming, op tijden dat het water opnieuw de kreken vult en wilde antilopen de weg naar de diepe ravijnen terug vinden. Wachten ze op het uitsterven van de mens ?

Ennedi-9b

Welnu, onlangs bereikte ons volgende nieuws. Diep in een vallei in Wellen, haalde Davy, onze kamsalamander-Dundee, één van zijn laatste amfibievallen voor dit jaar uit een poel. Met weinig verwachtingen omdat hij omringd was door lintbebouwing, een dicht netwerk van wegen in een gebiedje dat door verdroging op sterven na dood was.

davy
De nog niet zo lang geleden aangelegde poelen brachten nog niet veel gegevens op. Maar dat veranderde plots. Er zat één kamsalamander in de fuik, één groot en duidelijk oud exemplaar.  Die kamsalamander moet de Romeinen,  het drieslagstelsel, de Vikingen en de Franse legers nog gekend hebben. Hij overleefde en wacht. Niet om uit te sterven, maar op het  natuur-verbindingsproject dat net voor dat gebied door ons in het najaar zal worden aangevraagd. Hij is de Wellense versie van de nijlkrokodillen van Tsjaad.

kam

Tekst: Jan Nuijens

Zwemmen

witte

Denkelijk gaat ons gekende openluchtzwembad Maupertuus een zwemloos jaar tegemoet. Ben ik pessimistisch of realistisch? We zullen zien. Hopelijk heb ik ongelijk.

Onze voorvaderen – zelfs in mijn geval mijn ouders – maakte zich daar weinig zorgen over. Want de overgrote meerderheid van de Wellense jeugd heeft zijn of haar eerste zwemles gekregen in de Herk. Wie kent niet de legendarische scene uit de film ‘De Witte van Zichem’ waar, na een spetterend zwempartijtje in een beek ze zonder kleren naar huis moeten sluipen. Die zwembeelden kon je hier in Wellen vroeger dus ook zien. In tijden toen domein Maupertuus nog een grote weide was met daarin een dag-in-dag-uit lopende bron (die nu trouwens nog wordt gebruikt om het zwembad te vullen).

Kleine kumpel

Je begon je zwemavontuur toen niet zo maar ergens. Neen, als beginnend zwemmer werd je geacht naar de ‘Kleine Kumpel’ te gaan. Deze bocht in de Herk – we noemen dat met een mooi woord een meander – zorgde voor een diepere plaats, uitgesleten door het water. Weet dat de bedding van de beek toen nog een stuk hoger lag dan nu en de oevers niet opgehoogd waren. Op veel plaatsen kon je dus goed staan en was er van zwemmen geen sprake. In die diepere gedeeltes kon dat wel. Maar aan de Kleine Kumpel kon je op de meeste plaatsen nog recht staan. Ideaal voor beginnende zwemkampioentjes.kleine
Er waren denkelijk meer ‘kumpels’ in die tijd. Maar die in de Broekbeemd kan je nog duidelijk zien. De ‘Kleine Kumpel’ ligt tussen de ingang aan de visvijver in Herten en het houten brugje waar je over de Herk naar Herten via de Drienootstraat kan wandelen. Het is de bocht die het dichtst bij het brugje ligt.

Grote kumpel

Voor de iets betere zwemmers was er dan weer plaats in de ‘Grote Kumpel’. Deze meander of bocht in de beek was een stuk dieper. In mijn gedachten zie ik dan overmoedige jongens kopje onder gaan, zoekend naar een stukje bodem om op te staan. Om daarna naar de kant te spartelen en daar met een onverstoorde blik hun zojuist ondergane paniek volledig te negeren. Klinkt het bekend? Dat er op die plaatsen heel wat jongeren kopje onder werden geduwd mag ook duidelijk zijn. De plek om je volledig uit te leven in ‘uwe pure’ genietend van het verfrissende – toen nog kraakheldere – water van de beek.grote kumpel
In de Broekbeemd ligt de grote kumpel niet ver van de kleine. Makkelijk als je jongere broers had die mee wilden gaan zwemmen. Die kon je dan iets verder afzetten bij die andere beginnelingen. De grote kumpel kan je vinden tussen de kleine kumpel (van hierboven) en de visvijver. Het is eigenlijk de eerste grote meander of kronkel die je tegenkomt, komende van de visvijver van Herten.

De kolk

En voor de echte durvers was er ‘De Kolk’. Klinkt als de titel van een slechte B-horror film. Dat was het ook een klein beetje. Er waren een aantal kolken. Dit na elke watermolen op de Herk. Want achter het rad was er een heel diepe – door de sterke stroming – uitgesleten put. Waarin het water – door de stuwing van het rad van de molen – verraderlijke wendingen nam. Als je als jeugdige en overmoedige – meestal een gevolg van de toekijkende jongedames – zwemmer daarin terecht kwam, moest je van goede huize zijn om er koelbloedig en stoer uit te komen. Geen dramatische verdrinkingen, maar ik ben er zeker van dat menige Wellenaren op die plaatsen heel wat Herkwater hebben doorgeslikt. Duidelijk een plaats waar enkel geoefende zwemmers thuis hoorden.kolk
In onze Wellense natuurgebieden is er nog één overgebleven kolk. Dat is die aan Wellen Molen. Je kan ze zien door over het betonnen brugje dat naar de Molenstraat loopt dadelijk naar rechts te gaan en de oever van de beek pakweg 50 meter te volgen. Daar sta je dan op de plaats waar vroeger een hoop Wellenaren denkelijk geprobeerd hebben indruk te maken op een jonge deerne, die nu misschien al jaren hun vrouw is.

Zavelsteeg

DSCN2087

Wij noemen dit ‘het tunnelke’. Een van de mooiste stukjes wandelweg in de Grote Beemd. Maar wist je dat dit de enige weg is die de beemd volledig doorkruist over de ganse lengte? En dat heeft zijn reden. Maak kennis met de Zavelsteeg.

Chemin

Als we de kaart van de buurtwegen er op naslaan zien we dat er in die tijd maar één ‘chemin’ bestond, de Zavelsteeg. De bodemstraat, aan de fabrieken liep toen nog niet helemaal door de beemden. In die periode, we spreken van 1840-1850, was frans de voertaal. Chemin staat voor buurtweg, terwijl ‘sentier’ – die je meer tegenkomt op die kaart van de beemd – een voetweg is. Juridisch is er geen verschil. Beide wegen zijn officieel en moeten open blijven voor iedereen die er door wil. Maar een buurtweg is bedoeld voor ‘zwaarder’ verkeer, in die tijd paard en kar. Terwijl een voetweg breed genoeg moet zijn om voetgangers door te laten.
Dus was de Zavelsteeg in die tijd – en nu nog – een brede weg van de bosstraat tot aan de herenstraat.

Schermafbeelding 2020-05-02 om 12.43.07

Meel

De reden dat die weg er lag was omdat Graetmolen een belangrijke bestemming was voor de boeren van dat moment. Na de oogst moesten ze met hun graan naar een molen rijden om het te laten vermalen tot meel. De meeste boeren die in Bos woonden (Bosch op de kaart) reden dan met paard en kar dwars door de beemd via de Zavelsteeg naar Graetmolen. Dan wordt de naam ‘Zavel’-steeg ook dadelijk duidelijk. Want de velden ten oosten van de bosstraat zijn bij Wellenaren bekend als ‘de Zavel’. Ook hiervoor is een simpele verklaring. De bodem van die velden is heel los en lijkt bijna op zand of ‘zavel’ in het Wellense. Dit in tegenstelling tot andere landbouwgronden in Wellen waar dankzij een vruchtbare leemlaag – potjaad zeggen ze in Wellen – de grond veel vaster en moeilijker te bewerken is.
De oorspronkelijk weg liep trouwens dwars door Graetmolen. Pas rond 1855 werd de weg omgelegd rond de molen, waar ze nu over de betonnen brug loopt. De reden dat dit vroeger anders was is te verklaren door het feit dat de boeren hun zakken graan op die manier makkelijker konden afladen op het binnenplein van de molen.

Terug open

Maar aangezien er al een tijdje geen graan meer wordt gemalen in de watermolens, raakte deze weg in ongebruik. De brug over de sloot richting bosstraat verdween en op sommige plaatsen groeide de weg stilaan dicht. Met de natuuurvereniging Limburgs Landschap en ’t Bokje werd een voorstel ingediend bij de gemeente om deze weg als wandelroute terug in ere te herstellen. Hierdoor kwamen er ‘stichels’ (doorgangen voor wandelaars) en een nieuwe brug aan de kant van Bos dankzij de gemeente. Ook over een nat stuk aan Graetmolen kwam een houten brugje. Het ‘tunnelke’ kreeg een stevige opknapbeurt.
Ondertussen wordt dit wegje redelijk veel gebruikt. De ‘stichels’ zijn wel niet echt meer nodig, eentje staat er nog wat eenzaam aan het brugje. En een paar jaar geleden namen de vrijwilligers van ’t Bokje – na de storm van 2016 –  het stuk aan Graetmolen, het ‘tunnelke’, nog eens stevig onder handen zodat iedereen er terug vlot doorkon. Met de inhuldiging van de Verborgen Moois routes lag alles er dan ook schitterend bij.

IMG_20200502_145552

Geliefd

Verschillende wandelaars die ik tegenkwam in de Grote Beemd waren lovend over het natuurgebied. Voor heel wat mensen een echte openbaring. Het ‘tunnelke’ blijkt een geliefd stukje van de wandelroutes. En terecht.
Wij zijn dan ook fier dat we deze mooie natuurgebieden aan de Wellenaren kunnen aanbieden zo vlak bij hun deur. Hopelijk komen we ook na de corona-crisis nog zo veel enthousiaste wandelaars tegen. Moest je de volgende dagen of later nog eens door het ‘tunnelke’ wandelen of langs de Zavelsteeg. Sta dan even stil en denk even aan de vele Wellenaren die hier ooit met paard en kar volgeladen met zakken graan naar de molen reden. Dat moet toch een mooi zicht geweest zijn.

Wil je de natuur steunen? Word lid!

 

Grensgeval

2004 03 kopie

Op de hoek van een van onze percelen in de Grote Beemd staat deze ‘ouwe knakker’. Onder zijn kruin passeren elk jaar duizenden wandelaars, want de wandelroute loopt er vlak langs. Het is een veldesdoorn of Spaanse aak. Ooit aangeplant door een van de vroegere eigenaars. Een tijdstip durf ik er niet opplakken. Maar ik ben zeker dat zijn ouderdom uit drie cijfertjes bestaat.

Veldesdoorns werden blijkbaar gebruikt als een soort grenspaal. Ik vind ze in de Herkvallei meestal terug op hoeken van percelen. De klassieke steen die de hoeken van een perceel moest aanduiden, in Wellen noemen ze dat een ‘reinsteen’, had wel eens de eigenschap om pootjes te krijgen. Hij verplaatste zich soms op mysterieuze wijze een stukje. Zodat het ene perceel wat groter en het andere wat kleiner werd. Met een boom – zeker als hij wat jaartjes oud is – is dat verplaatsen een stuk moeilijker denk ik. Dus kozen heel wat eigenaars voor deze manier om de grens van hun perceel aan te duiden.

Knotveldesdoorn_02a (Small)

Daarnaast bleek zo een veldesdoorn nog voordelen te geven. Hij werd heel vaak geknot – iets wat tegenwoordig niet meer het geval is – om de takken te gebruiken. De rechte stukken leefden verder als stelen voor werktuigen en de rest belandde meestal als brandhout in een open haard of kachel. Maar door het feit dat de ruwe schors heel lang op de afgehakte takken bleef zitten waren die takken ook populair in kippenstallen, als zitstok. De kippen hadden een goed grip als ze er op zaten en tijdens koude nachten bleven hun pootjes warmer.

Voor de natuur zijn al die veldesdoorns ook leuk. Hun knoestige uiterlijk met heel wat gaten en spleten is niet enkel indrukwekkend en mooi. Het is ook een verblijfplaats voor heel wat dieren. Als de bomen in het voorjaar bloeien zijn de bloemen een bron van nectar voor insecten. Het dichte bladerdek geeft voor heel wat planten de nodige schaduw. Nuttige bomen, die veldesdoorns. Misschien moeten we eens overwegen om wat zaailingen van die ‘oude knakkers’ te oogsten en op de hoeken van onze percelen te planten. De geschiedenis een stukje terug draaien, dat is soms niet slecht.

Steun de natuur – Word lid!

Bos vermist

Schermafbeelding 2020-04-20 om 10.19.54 kopie

Je kijkt naar een kaart van circa 1850. De toenmalige dronepiloot (of zie ik dat verkeerd) vliegt boven de Ulbeekse bossen. Die, zoals je kan zien, nog een stevig complex vormen. Een meting op een huidige kaart levert een groene long van ruw geschat 70 ha op. Naar Zuid-Limburgse normen op dit moment een immens groot bos.

Vreemd genoeg, als we er de huidige situatie langs leggen, blijken er nu delen bebost die er vroeger niet waren. Het op dit moment meest waardevolle stukje bos bestond in 1850 dus nog helemaal niet. Het is de witte vlek linksboven Terborgt Winning. Het gaat dus om een vrij jong bos (naar natuurnormen dan toch). Goed nieuws? Neen, want er blijven maar een paar lapjes over. Dan ook nog eens niet met elkaar verbonden (zie kaart hieronder). Met wat creatief meetwerk komen we op dit moment uit op net gaan 14 ha. Al de rest verdween voor het grootste deel in het landbouwareaal. Productiegrasland, maisakkers en voor een deeltje bebouwing.

Schermafbeelding 2020-04-20 om 10.19.23

Dit plaatje, dat je eigenlijk overal in Vlaanderen, Europa of zelfs de wereld tegenkomt is een gevolg van onze manier van leven. Meer mensen – veel meer mensen – sinds toen die allemaal moeten eten. Sommige zelfs te weinig, maar dat is dan weer een heel ander verhaal en probleem. Dus moesten we een groot deel van onze aardoppervlakte opofferen aan dit productieproces. Wat toen leek op een verovering op de natuur. Blijkt nu een immense nederlaag. Maar dit probleem los je niet zo maar op. Minder mensen? Logisch, maar wie is er dan te veel. Minder eten? Ook logisch, maar wie gaat er willen honger lijden. Minder produceren want we maken voedselbergen? Nog logischer en waar, maar welke landbouwer verliest zijn bedrijf en valt zonder inkomen. Complex, zo kan je het op zijn minst noemen. De wil om te veranderen ligt trouwens nog heel ver verwijderd voor onze maatschappij. We gaan deze manier van leven, hoe fout die ook is, nog heel lang moeten ondergaan vrees ik. Hopelijk heb ik het mis.

En wat zegt de natuur? Niets, de natuur denkt niet, de natuur oordeelt niet, de natuur ondergaat. Ze past zich aan en evolueert mee met de wijzigingen die de mensheid hen voorschotelt. Dit levert heel veel slachtoffers op. Soorten verdwijnen of worden sterk bedreigd. De biodiversiteit boert stevig achteruit. Maar gelukkig zien we ook soorten die zich wonderwel en supersnel aanpassen aan ons geklungel. En misschien moeten we ons daar een beetje aan optrekken. Volgens mij hebben we weinig keuze. De tijden zullen, zelfs na een stevige waarschuwing zoals de corona-crisis, niet heel snel veranderen. En de natuur,… zij ploegt verder.

We zullen doorgaan

7204d5f7-0ebf-4d0f-b0bb-0d945bef48f8_car_1x1

Komt het omdat we meer rondlopen in onze natuurgebieden en onze buurt? Of is deze lockdown-light voor sommige mensen het signaal om net nu allerlei dingen te gaan doen die totaal niet kunnen? Het resultaat is en blijft dat ik vaak met dubbele gevoelens terugkeer van zo een wandeling. Een ontluikende lente met al zijn signalen in de natuur, veel mensen die dit plots hebben ontdekt en er van genieten. Maar ook een hele reeks f**k-ervaringen. Een met – trouwens ondertussen verboden – vergif kapot gespoten graslandje, een hoop sigarettenpeuken aan een bankje ondanks het bordje ‘graag meer respect, ruim je afval op’ dat ik er hing, hopen tuinafval in de Broekbeemd ondanks het feit dat dit gratis naar het containerpark kan, een boer die een stukje wilde natuur deels verwoest om die paar extra rijtjes mais te kunnen planten. Moet ik nog even doorgaan?

Blijkbaar is er een deel van onze maatschappij die het nog steeds niet hebben begrepen. Dit komt volgens mij omdat hun hersenen voor een groot deel vol zitten met reclame folders en -boodschappen die ons allemaal – totaal nutteloze – dingen proberen te doen kopen. Om dit te kunnen moeten we veel en hard gaan werken. Zo verdienen we geld, veel geld, zodat we nog meer shit kunnen kopen. Een totaal verkeerde boodschap die jammer genoeg – tot nu toe – heeft gewerkt en onze levenswijze domineert.

Maar is er dan toch een sprankeltje hoop. Zo bleef de verwachte stormloop naar de tuincentra en doe-het-zelf-zaken uit. Misschien dat heel wat mensen tijdens deze periode plots inzien dat we bevoorrechte aardbewoners zijn. Wij hebben alles wat we nodig hebben om op een zeer comfortabele manier te leven. Een dak boven ons hoofd, drinkbaar water en eten genoeg voor ons hele gezin. Het kan allemaal met veel minder. Minder werken, minder centen, minder stress, minder zorgen.

Ondanks de vele frustraties en foute dingen die ik dagelijks zie, zie ik ook hoop. Hoop dat we de boodschap toch eindelijk begrepen hebben. Hoop dat mijn kleinkinderen ook door de beemden kunnen wandelen en de geur van de meidoorn opsnuiven, de roep van de koekoek horen en de ree schichtig zien weglopen. Daarom doen we verder. Onze en jullie natuur beschermen, beheren en uitbreiden. Want dat laatste zal nodig zijn om niet nog dieper in de shit te geraken.

Op jacht naar poëzie

IMG_20200416_172757

Er is heel veel te zien in onze beemden. De natuur heeft elke dag weer een nieuwe verrassing in petto. Heel veel Wellenaren maken momenteel dan ook gretig en dankbaar gebruik van de natuurgebieden die wij samen met Limburgs Landschap al meer dan 30 jaar beheren, beschermen en verbeteren.

Maar toch wilden we, vooral voor de kinderen die er komen wandelen, iets extra’s toevoegen. Daarom kwamen we op dit leuke idee. Langs de wandelroutes die door de Herkvallei lopen hebben wij een aantal kaders opgehangen met leuke gedichten over de natuur of pakkende uitspraken die je wel even doen nadenken.

Om het wat spannender te maken werd er een wedstrijd aan gekoppeld. Wie de 5 laatste woorden van de gedichten doorstuurt via sms maakt elke week kans op een mooi nestkastje. De juiste instructies kan je vinden aan de infoborden in de natuurgebieden zelf.

IMG_20200416_175511

De, meestal zelf geschreven, gedichten gaan over dingen die je ook echt kan zien in onze natuurgebieden op dit moment. Zo leren de kinderen, maar ook de volwassenen, die ze lezen misschien anders kijken naar die natuur rondom hen. Je moet om alle bordjes te vinden wel in zowel de Grote Beemd – die tussen Wellen centrum en Alken ligt – als de Broekbeemd – die pal in het centrum van Wellen ligt – op pad. En elke week zullen er nieuwe gedichten en spreuken worden gemaakt en verwisselen de bordjes van plaats. Zo blijft het leuk om op zoek te gaan in de Wellense natuur.

Maar vergeet zeker niet te genieten van de echte natuur. Ze is er voor iedereen en zeker voor de Wellenaars die ze nu – soms na jaren er onwetend langs te rijden – plots ontdekken.

‘Dank je beemden’

17636805_1297065017067682_2160816738192667612_o

Ik kan me nog herinneren dat we in 2005 onze kippen moesten ophokken, ter voorkoming van de vogelpest. Dat waren kippen, domme kippen. En ze lieten zich letterlijk ophokken.
Nu worden wij mensen zelf opgehokt. Het is opvallend hoeveel gelijkenissen er zijn met die ophokplicht van toen en onze ophokking door corona nu. 2005 was een aankondiging en waarschuwing. Als ze toen hadden voorspeld dat ‘onze tijd’ nog wel zou komen, dan zouden we het toen dik weggelachen hebben.
Eén verschil, wij zijn geen domme kippen, maar slimme, sociale mensen. We kunnen denken, kunnen ons verantwoordelijk dragen en we houden ons aan de gedragscodes die we ons zelf opleggen om de verspreiding te voorkomen. Het virus gaat ons toch niet te slim of zijn, maar wij haar.

Eerlijk gezegd, heel veel mensen die ik ‘afstandelijk’ ontmoet vinden de neveneffecten van de ophokplicht een hele verademing. Er komt rust en stilte, tijd, minder stress. Bovendien is er één basisvrijheid (in tegenstelling tot China en Spanje) die ons niet werd afgenomen: we mogen ons bewegen, we mogen sporten in de open ruimte.
Wel, sta me toe om vast te stellen dat we als opgehokte Wellenaren geluk hebben om gebruik te kunnen maken van twee instapbare, kwaliteitsvolle recreatieve voorzieningen:

  • Het fietsroutenetwerk
  • De wandelpaden in de beemden

Het fietsroutenetwerk is intussen verworven als infrastructuur. Het bestaat al meer dan 25 jaar. Het moet nu aangevuld of opgeschaald worden tot een functionele fietsnetwerk ! We zouden van uit Wellen toch veilig en snel naar het station van Alken moeten kunnen fietsen, of naar Hasselt. Laat ons hopen dat dat functioneel fietsnetwerk een corana-neveneffect wordt, dat we nadien anders gaan nadenken over de manier waarop we ons willen verplaatsen: met de nieuwe generatie vlotte fietsen natuurlijk.

30707611_1686805558093624_6966758144651296768_o

Het wandelnetwerk is nu pas aan zijn mentale verwervingstocht bezig bij de Wellenaren. We hebben nog nooit zoveel wandelaars gezien op de paden in de beemd. Het is merkwaardig hoe veel mensen nu pas de “verborgen moois” wandel-lussen in de beemden ontdekken. Ik heb mensen ontmoet die al 30 jaar in Wellen wonen, naar Italië en Schotland, Turkije, … gereisd zijn, maar nog nooit een voet in de beemd hadden gezet. Ze wisten niet dat je van Wellen naar Alken kon wandelen of dat je dwars door het dorp kon doorsteken van de ene beemd naar de anderen en vooral, hoe mooi het daar is.

“Dank je”, denk ik dan, “dank je” alle vrijwilligers van ‘t Bokje, dank je Limburgs Landschap, dank je Regionaal Landschap Haspengouw en Voeren om in alle stilte en bescheidenheid – legislatuur overschrijdend, soms tegen de wind in – jarenlang aan iets te werken dat nu pas echt tot zijn recht komt. “Dank je”, denk ik dan, voor het vooruit denken. En jawel …“we zullen doorgaan”.

“Doorgaan” betekent verder werken naar een padennetwerk, dat niet alleen door de beemden loopt maar ook door de woongebieden, door de velden, door de akkers. Dat betekent dat we – liefst snel, het kost niet zo veel geld – moeten onderzoeken hoe we het netwerk aan trage wegen kunnen herstellen, verbeteren, opkrikken, linken…. Het is goed dat corona de noodzaak daarvan even terug in het licht zet en opfrist, ‘uit zijn hok haalt’. Elk nadeel heeft zijn voordeel.

Jan Nuijens, Wellense natuurvereniging ‘t Bokje